Home Wat gaat VOLT doen binnen de GGZ?

Toekomstvisie

Volt staat voor een herziening van het hele gezondheidszorgstelsel: een betere mix van overheidsregie en marktwerking tot stand te brengen in samenwerking met betrokken partijen zoals nationale gezondheids(zorg)instituten en vakverenigingen. Dat geldt zeker ook voor de ggz. Méér patiëntgerichtheid, dat wil zeggen meer gerichtheid op de resultaten zoals ervaren door de patiënt/cliënt. Meer personalised medicine bij de evidence based medicine. Heel veel minder administratiedruk en meer zorg voor werkplezier en opleidingsmogelijkheden.

Preventie en bevorderen mentale gezondheid

Volt wil veel meer structureel ingevoerde preventie op somatisch èn ggz-gebied. Te beginnen bij het invoeren van het vak ‘Gezondheid’ in het basisonderwijs: gezonde voeding, gezond snoepen en andere ‘weldadige’ middelen, bewegen, gezond spel en gezond sociaal gedrag. Dit vak moet voortgezet worden in het vervolgonderwijs, waarbij er steeds ook voldoende aandacht is voor sport en spel (ook voor spelregels!) en gymnastiek in het onderwijsrooster.
Preventieve hulpacties in de adolescentie bij aanwijzingen voor alcohol- en drugsmisbruik en vroege herkenning en aanpak van psychische problemen; dat alles niet alleen in onderwijs/opleiding maar ook in de sportclub en het clubhuis. Dezelfde overheids-/politieke aandacht voor volwassenen en ouderen.

Intensieve voorlichting over het belang van preventie aan overheidsinstanties, via overkoepelende onderwijsinstanties en aan bedrijven die werken met adolescenten. Belonen van op psychosociale gezondheid gerichte programma’s in onderwijs en bedrijfsleven.

Voorkomen van schulden bij jongeren met behulp van geïndiceerde/gerichte preventieve acties bij eerste tekenen van schulden.
Versterking van schuldhulpverlening en armoedebestrijding in de algemene bevolking. Versterken van de ggz met expertise op het gebied van schuldhulpverlening; weg met de schotten tussen al deze hulpverleningsvormen.

Volt wil dat het kabinet light vormen van versoepelingen toe gaat passen: kleine groepen kinderen/jongeren/studenten fysiek onderwijs laten volgen voor onderling contact en contact met de leerkracht en hetzelfde voor sportbeoefening. Het standpunt van Volt is dat de mentale gezondheid van onze jongeren harder wordt getroffen dan die van andere generaties. Daarom is het ook zaak dat hun leven weer zo snel mogelijk genormaliseerd wordt. Sneltestbeleid kan zeker helpen rond toestaan van kleinschalige feestjes (bijv. maximaal 30 of 50 jongeren afhankelijk van de feestruimte-grootte en ventilatie).

In ieder geval veel meer nadruk op preventie. Laagdrempelige, telefonische of chat-hulplijnen voor ouders en leerkrachten om geholpen te worden bij het vaststellen van de ernst van bijvoorbeeld teruggetrokken gedrag bij hun kind. Meer ‘reclame’ voor de jongeren over telefonische en chat-hulplijnen. Laagdrempelige inloop-adressen voor jongeren zoals @ease.

Investeren in realisatie van bovenstaande beleidsvoorstellen en -voornemens. Wat dat financieel betekent kan Volt op dit moment nog niet met zekerheid zeggen, maar meer preventie en problemen eerder en effectiever aanpakken leidt hoe ook uiteindelijk tot besparingen.

Wachtlijsten & toegankelijkheid

Volt ergert zich aan de grote toename van het aantal zorgaanbieders als gevolg van de marktwerking. De administratiedruk en het mede daardoor afgenomen werkplezier hebben hoogopgeleide professionals uit de instellingen gejaagd richting particuliere zorginstellingen of solopraktijken. Pervers te noemen is de bijkomstigheid dat dat ook nog eens voordeliger was voor de zorgverzekeraar: de kosten voor een solistisch werkende professional hoeven immers niet opgeplust te worden met overheadkosten. De solistisch werkende specialist kan geen zorg bieden aan de ernstiger patiënten die meestal multidisciplinaire zorg nodig hebben. Volt wil herstel van de adequate verdeling van kennis en ervaring door verlaging van de administratiedruk en bevordering van het werkplezier inclusief life long leren.

De regie en bekostiging van de jeugd-ggz werd in 2015 overgeheveld naar de gemeenten met een enorme bezuinigingsslag die de gemeenten tot op de dag van vandaag vleugellam heeft gemaakt. Daarbij kwam een gebrek aan inhoudelijke kennis bij de gemeenteambtenaren die belast werden met de uitvoering van de Jeugdwet. Volt blijft het een goed idee vinden dat de ggz in de buurt van de jongere geleverd wordt, maar de meer specialistische zorg dient regionaal geleverd en gefinancierd te worden waarbij voorkomen moet worden dat zorginstellingen met tig gemeenten contracten moeten sluiten. Hoe complexer de benodigde zorg, hoe meer gebundeld de kennis moet zijn ter leniging van de problemen, zodat jongeren niet van het kastje naar de muur gestuurd worden; de specialist aan de voordeur.

De toegankelijkheid dient verbeterd, het opleidingsniveau van de psychosociale zorgverleners dient verbeterd, de complexe organisatiestructuur kan veel eenvoudiger.

Met e-health-voorzieningen dient iedere burger vertrouwd gemaakt te worden (zoals iedereen de weg vindt met google-maps). Openbare/preventieve gezondheidszorg wordt geleverd door de GGD’s, maar dient te worden uitgebreid met adequate ggz-functie.

Volt wil de ggzorg organiseren conform de somatische zorg: 

  • eerstelijns ggz (POH-ggz’s in de huisartspraktijk; die kunnen gemakkelijk overleggen met specialistische zorgverleners om verwijzingen te indiceren); adequate afstemming tussen deze functionarissen en die in de wijkteams: er wordt momenteel teveel langs elkaar heen gewerkt.
  • ggz-instellingen voor ‘algemene’ ggz waartoe de eerstelijns hulpverlening niet toegerust is bijv. omdat medicatie voorgeschreven moet worden (depressieve en angstklachten, gedragsstoornissen, ernstiger persoonlijkheidsproblemen etc.); ook FACT-teams en dagbehandeling vallen onder deze instellingen.
  • regionale specialistische ggz-instellingen voor specialistische ggz: complexe problematiek, klinische spoed/gedwongen opname, multidisciplinaire aanpak etc.

Betere verdeling van hoog-gespecialiseerde professionals (zowel psychiaters alsook psychiatrisch verpleegkundigen en klinisch psychologen) voor complexe problemen en algemeen gespecialiseerde professionals voor algemene ggz. Betere carrière-vooruitzichten, betere honorering.

Volt kan niet op voorhand aangeven welk percentage van de begroting hieraan besteed moet worden. Het is verstandiger in overleg met professionals uit de ggz vast te stellen welke maatregelen noodzakelijk zijn, te bepalen hoe deze gefinancierd kunnen worden en die dan te implementeren. Vervolgens is het zaak te monitoren wat de effecten van de maatregelen zijn om zo nodig bij te sturen. Ggz-problemen gaan altijd gepaard of worden gecompliceerd door onderwijsproblemen, huisvestingsproblemen, justitiële problemen. Vanuit de ministeries van Onderwijs, Volkshuisvesting en Justitie en Veiligheid zal mee gefinancierd moeten worden.

Ambulantisering

Residentiële zorg hoeft niet altijd in klinieken geboden te worden; dus onderzoek naar en implementatie van goedkopere alternatieven: zorghotels/pensions waar op ambulante basis specialistische zorg geboden kan worden. Ambulantisering is een goed idee maar sommige patiënten vallen tussen wal en schip: bedden voor kortdurende time-out opnames en BOR (bed op recept) zijn moeilijk te regelen, waardoor er veel druk op de crisisdienst komt, die ook al extra druk door nieuwe WVGGZ (zie hieronder) en telkens weer de bijkomende administratieve last ervaren.

Idem voor jongeren; veel meer ondersteuning voor particulieren die pleeggezin zorg willen bieden, zodat de schrijnende nood aan pleegzorg gelenigd kan worden. Afstemming met thuiszorg en mantelzorg bij ggz-problemen.

ACT/FACT zijn heel aardig geïmplementeerd in de volwassenen ggz, maar nog onvoldoende in de jeugdzorg. Er moeten van overheidswege duidelijke richtlijnen komen waar verzekeraars en gemeenten zich aan moeten houden.

Er bestaan sterke verschillen tussen de door VWS beoogde doelstellingen van de Wet en de werkelijkheid in de praktijk. Zo wordt die praktijk vaak geconfronteerd met ‘taalzwakke’ personen en zo heeft de professional te kampen met te veel onnodige administratie. De wet zorgt voor nog meer juridisering van de psychiatrische praktijk dan voorheen .
Volt vindt dat de WvGGZ aangepast moet worden in samenspraak met degenen die nu de hinderlijke ervaringen ermee hebben moeten opdoen.

Kwaliteit van de zorg

Bekend toezicht zoals van inspectie, maar veel meer investeren in intervisie en consultatie naast bestaande methoden als ROM.

Informatie via internet (goed toegankelijke zorgstandaarden), maar ook goed geschoolde en dus ervaren verwijzers (bijv. minstens 5 jaar ervaring). Voldoende ruimte voor second opinion diagnostiek en behandelevaluatie.

Dit is misschien wel het kernprobleem voor de uitvoering van de ggz. Een volgende affaire à la de kinderopvangtoeslag affaire staat ons te wachten. Met name met betrekking tot de jeugdzorg: de Jeugdwet heeft voor een onwaarschijnlijk complexe verschotting gezorgd die tot in alle uitvoeringshaarvaten tot gebrek aan samenwerking geleid heeft, ten koste van het welzijn van kinderen, jongeren en gezinnen. Volt wil bijvoorbeeld in de jeugdzorg werken met multidisciplinaire teams waarin de medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming, de Jeugdbescherming, de diagnostici, de zorgaanbieder en de leerplichtambtenaar het team vormen: weg met alle eilandjes waarop nú al deze functionarissen hun werk doen, zich verschansend achter juridisch gefundeerde schotten. De tocht door de ‘zorg’keten die ouders en kind thans nog steeds moeten afleggen moet vervangen worden door kunnen aankloppen bij één voordeur waarachter alle zorg- en beschermingsfuncties aangeboden worden.

Installeren van hoog-specialistische teams die alle zorgvormen in huis hebben: crisisinterventie, diagnostiek, behandeling, nazorg; waar geïndiceerd in gesloten/besloten setting, open residentiële setting, fulltime of parttime dagbehandeling en ambulante/FACT-nazorg.

Versterking financiering wetenschappelijk onderzoek, met name voor de jeugdggz: 75% van alle ernstige psychiatrische ziekten op volwassen leeftijd vindt zijn oorsprong op jonge leeftijd; echter, driekwart van de onderzoeksgelden gaat naar de research onder volwassenen. Volt pleit voor een rationelere verdeling van deze gelden zeker waar het om de vroege opsporing, voorkoming en behandeling van ggz-stoornissen gaat. Een en ander dient gelijkgetrokken te worden met de financiering van somatische ziekten naar rato van de burden of disease.

Overheidsinstanties moeten weer meer vertrouwen hebben in de (professionele) mens. Het huidige systeem is ontwikkeld om de marktwerking handen en voeten te geven: het heeft een bijzonder demotiverende werking opgeleverd op de professional. Dus dat moet gauw teruggeschroefd worden. Volt wil graag meedenken hoe je dat snel en adequaat voor elkaar krijgt.

Eerst en vooral goed onderzoek doen naar waar de hiaten gevallen zijn: psychiaters, gedragsdeskundigen (gz- en/of klinisch psychologen, orthopedagogen), psychotherapeuten/gezinstherapeuten, paramedische functies? De opleidingen worden veelal georganiseerd door de vakgroepen zelf. De politiek moet alleen een stimulerende rol spelen.

TOP-GGZ-instellingen vormen een belangrijke aanvulling op wat academische ziekenhuizen te bieden hebben. Verankering is nodig.

Beschikbaarheid woningen

De politiek moet stimuleren en evalueren/controleren dat genoemde instanties dit adequaat oplossen, gesteund door de ggz.

Ervaringsdeskundigheid

Ervaringsdeskundigheid lijkt een belangrijke aanvulling te vormen op de expertises waar de ggz nu over beschikt. Onderzoek naar toegevoegde waarde is nodig om te zien waar wel en niet sprake is van noodzaak. Scholing van ervaringsdeskundigen is nodig en eveneens ontwikkeling van organisatiemodellen die ervaringsdeskundigen hun positie helpen verstevigen.

(De)stigmatisering

Concrete plannen zijn door Volt nog niet ontwikkeld, maar laat duidelijk zijn dat Volt – al genoemd in het kader van gezondheid en preventie – vindt dat er al in het primair onderwijs aandacht moet zijn voor psychische gezondheid, hoe die te bevorderen en hoe mensen te bejegenen die niet een psychisch gezond leven kunnen leiden.

In ieder geval – zo vindt Volt – moet er een bijzonder goede samenwerking bestaan tussen boa’s en politie en GGD en crisisdiensten. En dan ook weer schotten wegnemen met bijv. het Leger des Heils.

Ouderen

Over 20 jaar bestaat een kwart van de bevolking uit 65-plussers en zal er conform appèl gedaan worden op somatische en ggzorg. Volt vindt met haar toekomstgerichte plannen dat zeker met deze demografische ontwikkelingen rekening gehouden moet worden bij het opzetten van een toekomstgerichte zorg voor ouderen en wil daaraan meehelpen.

Arbeidsparticipatie eigen kracht

Volt staat een in elkaar overlopende zorg voor tussen de behandelfase en de weer-aan-het-werk fase; de wegbezuinigde sociale werkplaatsen moeten in ere hersteld worden. Speciaal opgeleide medewerkers zijn verantwoordelijk voor de hulp bij de grote stappen die door oud-patiënten op een veilige wijze genomen moeten worden.

Volt zal waar mogelijk initiatieven steunen die genomen moeten worden vanuit instanties als ‘Mind’ en GGZ-NL op dit vlak: heel belangrijk.

Beloftemonitor

Aan de politieke partijen is gevraagd om zichzelf een score te geven over de verwachte inzet voor de geestelijke gezondheidszorg in de aankomende regeringsperiode. Dit is vertaald naar een beloftemonitor die per politieke partij een visueel beeld geeft in welke mate de politieke partijen van zichzelf vinden dat ze gericht en gefocust zijn op de ggz. In de onderstaande diagrammen ziet u welke scores de politieke partijen zichzelf hebben gegeven op relevante thema’s in de geestelijke gezondheidszorg.
Let op! De beloftemonitor is gebaseerd op een zelfscoresysteem en dus GEEN weergave van de praktijkinzet van de politieke partijen in de afgelopen jaren!

Vergroot lettertype
Scroll naar top