Home Kwaliteit van de zorg

De VVD over kwaliteit van de zorg

De kwaliteitsstandaarden zijn wat de VVD betreft leidend als het gaat om kwaliteit van zorg. Kwaliteit gaat om veel meer dan het volgen van een standaard. Zorgaanbieders moeten met gemeenten en zorgverzekeraars afspraken maken over kwaliteit van zorg. Aanbieders die dit niet doen, krijgen wat de VVD betreft niet meer dan een wettelijk maximum vergoed. Het moet dan transparant worden gemaakt waarom er geen afspraken zijn gemaakt. Daarmee wordt kwaliteitsinformatie ook meteen zichtbaar voor patiënten. Informatie over kwaliteit moet makkelijk te vinden zijn voor (toekomstig) patiënten, denk bijvoorbeeld aan de verplichte publicatie van wachttijden op websites van aanbieders.

De VVD wil domeinoversteigende bekostiging mogelijk maken, ook in de ggz. Daarbij kijken we ook naar de manier waarop domeinoversteigend gefinancierd kan worden, zodat integrale zorg vanuit verschillende domeinen gemakkelijker geleverd kan worden. Daarmee zetten we de patiënt centraal en niet het systeem.

In contracten met gemeenten en zorgverzekeraars moet ook aandacht besteed worden aan innovatie, waardoor innoveren en vernieuwing meer vanzelfsprekend wordt. De bekostiging moet daar dan ook op aansluiten. De mogelijkheden voor innovatie moet daarvoor in de plaats komen, want innovatie kan de kwaliteit van zorg op den duur alleen maar verbeteren en is daarom onmisbaar.

Het terugdringen van regeldruk moet ook in een nieuw bestuurlijk akkoord weer aandacht krijgen. We kunnen de administratieve lasten alleen verlagen als iedereen hieraan meewerkt en meedenkt. Er zijn veel goede voorbeelden van organisaties die de administratieve lasten al tot een minimum beperkt hebben. De VVD wil dat deze voorbeelden de standaard worden. Ook hier moet de bekostiging hierop aansluiten.

De VVD wil meer mensen opleiden voor de ggz, om het arbeidsmarkttekort in de sector tegen te gaan en de wachtlijsten te verkorten. Om dat te bewerkstelligen moet de opleiding, maar vooral het beroep in de ggz aantrekkelijk zijn. Dat betekent aantrekkelijker werkomstandigheden voor het zorgpersoneel door hen meer autonomie, opleidingen, flexibelere roosters en doorgroeimogelijkheden te bieden.

Zorgverzekeraars en gemeenten vergoeden momenteel al vaak de zeer gespecialiseerde diagnostiek en zorg van TOPGGZ. De aanvullende werkzaamheden van TOPGGZ, zoals wetenschappelijk onderzoek en het overdragen van kennis ligt qua bekostiging echter lastiger en is nog niet goed verankerd. Terwijl ook deze werkzaamheden belangrijk zijn en bijdragen aan kwalitatief goede ggz. Er zijn al vele gesprekken geweest met betrokken partijen om te bezien hoe de bekostiging een plek kan krijgen en er lopen verschillende experimenten naar bekostiging van deze werkzaamheden. De VVD vindt dat deze experimenten, indien succesvol, uiteindelijk definitief verankerd moeten worden in de bekostiging om zo expertise van TOPGGZ te optimaliseren. Daarbij zijn in eerste instantie de betrokken partijen aan zet, zoals NZa, Nederlandse GGZ en ZN.

Het CDA over kwaliteit van de zorg

Om de kwaliteit van aanbieders waarborgen zodat o.a. cliënten een goed geïnformeerde keuze kunnen maken spelen organisaties zoals de Inspectie, NZa en het zorginstituut een belangrijke rol. Die moeten in staat worden gesteld, dus voldoende ruimte te hebben,  om de kwaliteit en toegang van de zorg te bewaken en te bevorderen.

Voor het CDA is de zorg  geen markt, maar mensenwerk. Het belang van de patiënt/ cliënt staat altijd voorop. Daarom kiezen wij voor minder marktwerking en meer samenwerking als basis voor de zorg. Wij willen af van ingewikkelde aanbestedingen, verkeerde financiële prikkels en productietargets die alleen maar leiden tot onnodige behandelingen.

We maken samen met het veld een nieuwe zorgkaart voor heel Nederland, waarmee we de zorg anders en beter organiseren. Op regionaal niveau moet over de grenzen van de zorgdomeinen heen worden samengewerkt, om te zorgen dat het zorgaanbod in iedere regio past bij de zorgvraag. Die samenwerking komt niet vanzelf tot stand en vraagt om duidelijke regie en sturing in de regio.

Wij stimuleren voluit de innovatie in de zorg. Nieuwe behandelingen, videoconsults met je arts of psychiater en het gebruik van data en nieuwe technologie bieden heel veel nieuwe mogelijkheden om de zorg voor patiënten te verbeteren, het werk van professionals te ondersteunen en kosten te besparen.

Het actieplan ‘(Ont)regel de zorg’ loopt. Het CDA is groot voorstander ervan dat zorgprofessionals minder regeldruk ervaren in hun dagelijks werk. Hierdoor hebben zij meer tijd voor de patiënt/ cliënt. De zorgsector en de overheid werken al aan de verbeterpunten uit het actieplan. Voor de ggz geldt zoveel mogelijk werken met meerjarige contracten.

Er is verleden jaar een amendement aangenomen dat regelt dat vanaf 2020 honderd extra gz-psychologen kunnen worden opgeleid, dat heeft op steun van het CDA kunnen rekenen. Daarbij heeft het CDA ook in veel debatten aandacht gevraagd voor de zogenaamde lerende organisatie, lerende cultuur binnen de ggz. Dat zal het CDA blijven doen.

Het CDA vindt dat de bekostiging van de TOPGGZ nog niet goed is verankerd. Dit is ook een probleem. De minister heeft aangegeven in overleg te gaan om dit structureel op te lossen, wij wachten dat even af.

De D66 over kwaliteit van de zorg

Zorgverleners en behandelaars moeten zich kunnen richten op de best passende zorg. Er moet meer ruimte komen voor patiënten en professionals om echt samen te beslissen over behandelingen op basis van gelijke informatie, met voldoende tijd om hierover met elkaar in gesprek te gaan.

D66 is voorstander van de juiste informatie te geven aan mensen om de juiste zorg te vinden. Het gaat wat D66 betreft om maximale transparantie en inzicht in kwaliteit en wachttijden. Dat betekent de www.kiezenindeggz.nl goed gevuld moet zijn met betrekking tot wachttijdinformatie en kwaliteitsinformatie. Dit geldt zowel voor de somatische zorg als de geestelijke gezondheidszorg.

Met alle stelselwijzigingen uit de afgelopen jaren is de ggz versnipperd geraakt. De ggz wordt gefinancierd vanuit vijf verschillende wetten. D66 herkent zich in deze klachten op lokaal niveau. D66 wil daarom inzetten op het versterken van het sociale domein, investeren in preventie lokaal en regionale samenwerking stimuleren.

Met zorgteam op school proberen we schotten jeugdzorg / onderwijs weg te nemen.

Om de regionale samenwerking te verbeteren wil D66 dat verzekeraars met zorgaanbieders, patiëntenorganisaties en gemeenten deze sturing vastleggen in een meerjarig Regionaal Zorgplan. Dit plan bevat de randvoorwaarden en concrete plannen over de benodigde zorg in een regio, en door wie, waar en hoe die zorg moet worden geleverd. Zo kunnen de juiste keuzes worden gemaakt om de zorg toekomstbestendig te maken, met expliciete afspraken over het voorkomen, verplaatsen en vervangen van zorg. Ook het sociaal domein moet aanhaken bij deze Regionale Zorgplannen. Schotten die samenwerking tegenhouden, zoals in de financiering, moeten worden weggenomen.

Wij willen dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de regionale zorgplannen vooraf toetst aan de zorgplicht en toezicht houdt op de uitvoering. Op die manier willen we zorgen dat overal in Nederland goede zorg toegankelijk is in alle regio’s, ook als zij dunbevolkt zijn. De regio Rotterdam vraagt immers een ander zorgaanbod dan in de regio Drenthe.

Niet alle klachten in de mentale gezondheid hebben baat met ggz. Soms is lokale ondersteuning in de eigen omgeving, via herstelacademies én schuldenaanpak, beter aangewezen. De gemeente krijgt dus een grotere rol. Zodat de schotten Wmo en Zvw beter worden weggevangen.

Jeugd GGZ: D66 wil dat de jeugd-ggz wordt bekostigd via de Zorgverzekeringswet. Op die manier zijn afzonderlijke gemeenten niet meer hoofdverantwoordelijk voor deze complexe groep jongeren en sluit de zorg beter aan bij de ggz voor volwassenen. Zo kan het ook aansluiten bij de wachtlijstproblematiek (én inzichtelijkheid).

De zorg loopt qua innovatie vaak nog achter ten opzichte van andere sectoren. De coronacrisis heeft laten zien dat er veel mogelijk is. Soms werkt het goed, maar soms is face-to-face contact nog altijd beter.

Patiënten moeten op een veilige manier, via apps en digitale consulten, zorg op afstand kunnen krijgen. We bevorderen dat zorgaanbieders vaker voor dezelfde (digitale) eHealth-toepassingen kiezen.

We stimuleren onderzoek naar preventie en onderzoek naar eHealth, door landelijke samenwerking in zogenaamde LivingLabs. Er zijn vele duizenden eHealth apps in omloop, maar slechts weinig zijn onderzocht op effectiviteit. Dit terwijl eHealth een grote rol kan spelen op het gebied van leefstijl en gezondheidsbevordering en tegelijkertijd meer regie bij de gebruiker legt. Toegankelijkheid is belangrijk, zodat ook laaggeletterden of mensen met beperkte digitale vaardigheden hiermee kunnen omgaan.

We willen de administratieve lasten inperken. Bij de bestrijding van de coronacrisis is het vertrouwen gegeven aan de professional. Dit moeten we vasthouden. Concreet betekent dit dat de professional gemakkelijker moet kunnen beslissen wat wel en wat niet nodige administratie is. Administratie heeft ook een doel, bijvoorbeeld een veilige patiënten overdracht, maar het moet niet te veel worden.

Daarnaast moet de Wvggz samen met de aanbieders blijvend onder de loep worden genomen en verbeterd worden waar mogelijk MITS de veiligheid van de patient niet in het geding komt.

Ontregel de zorg is een goede start, maar het kan wat D66 betreft slagvaardiger. Immers verlaten veel mensen de zorg ook vanwege de hoge werkdruk en de administratieve lasten en het onregelmatig werken (inclusief balans werk/privé).

Het capaciteitsorgaan is een belangrijke speler die inzicht geeft wat de benodigde opleidingscapaciteit is. Maar omdat een advies over gz-psychologen pas voor 2022 komt heeft D66 onlangs gesteund dat er voor 2021 extra opleidingsplaatsen zijn voor gz-psychologen. D66 steunt daarnaast de ontwikkelingen voor duidelijkere profielen binnen de master opleidingen psychologie, zoals die worden ontwikkeld door het veld.

Vaak is het een combinatie om te zorgen dat er voldoende personeel en niet alleen het werven van extra personeel. Zo kent Nederland over het algemeen meer dan Europees gemiddeld aantal psychiaters alleen doordat het werken in loondienst onaantrekkelijk is geworden is er een tekort in de grotere instellingen. Daarnaast kan er veel specialistische zorg worden voorkomen door in te zetten op preventie of betere triage.

Het gaat er wat betreft D66 om dat de instellingen die bepaalde expertise leveren of minimale beschikbaarheid moeten hebben voldoende ondersteund worden vanuit de zorgverzekeraars. Immers hebben zij daar ook de zorgplicht voor. Daarop dient de NZa dan ook beter te handhaven. Wel kan bekostiging van TOPGGZ opnieuw worden geagendeerd bij een eventueel nieuw hoofdlijnenakkoord.

GroenLinks over kwaliteit van de zorg

De geestelijke gezondheidszorg is nodeloos complex geworden waardoor patiënten en zorgverleners verdwalen in het stelsel. GroenLinks wil een vereenvoudiging van het zorgstelsel en schotten tussen verschillende financieringsstromen zoveel mogelijk opheffen. Ook zijn er te veel verschillende zorgregio’s ontstaan die niet allemaal op elkaar aansluiten. Daarom willen we eenduidige regio’s voor de zorgwetten. De nieuwe regioafbakening wordt gebaseerd op de huidige zorgkantoorregio’s. Alleen voor de acute zorg houden we vast aan de huidige Regionaal Overleg Acute Zorgketen-regio’s. Door de zorgregio’s uniform af te bakenen kan er makkelijker worden samengewerkt tussen partijen in een regio en voorkomen we onnodige overlegstructuren.

Private zorgverzekeraars worden omgevormd tot publieke zorgfondsen. Zorgverzekeraars krijgen een publieke taak: zij maken binnen de landelijk vastgestelde financiële en beleidskaders op regionaal niveau samen met zorgaanbieders een zorgplan en kopen op basis daarvan voldoende zorg in voor verzekerden in de regio. Zorgfondsen mogen een bescheiden premie vragen waarmee zij zich kunnen onderscheiden met vernieuwende diensten. Daardoor valt er voor mensen nog steeds iets te kiezen, maar vereenvoudigen we het stelsel voor patiënt en zorgverleners.

De publieke zorgfondsen functioneren als schakel tussen het landelijke en het regionale beleid. De beste ervaringen en innovaties in een specifieke regio worden op landelijk niveau uitgewisseld tussen zorgfondsen. De overheid neemt weer verantwoordelijk voor de zorg en voert de regie over het landelijk te voeren beleid. De overheid stelt op basis van overleg met zorgaanbieders, patiëntenorganisaties en zorgfondsen landelijk beleidskaders en een landelijk financieel kader op voor de zorg.

Om de personeelstekorten in de ggz op te lossen investeren we in meer opleidingsplekken en maken we het vak weer aantrekkelijk door de laagste salarissen te verbeteren en zorgverleners weer baas te maken over het eigen werk. Door zorgverzekeraars om te dopen in publieke zorgfondsen krijgen zorgprofessionals niet meer te maken met meerdere zorgverzekeraars waardoor ze veel minder tijd hoeven te besteden aan administratie en registratie.

GroenLinks heeft afgelopen kabinetsperiode verschillende voorstellen gedaan om de bekostiging van de TOPGGZ structureel te financieren. Voor hoog complexe zorg is het van groot belang dat er bovenregionale expertise- en behandelcentra bestaan.

De SP over kwaliteit van de zorg

Een kwalitatief goede geestelijke gezondheidszorg waarbij de professionals (in overleg met degene die zorg nodig heeft) kunnen besluiten welke zorg nodig is moet centraal staan. De professional moet hierbij niet geconfronteerd worden met onnodige administratieve werkzaamheden.

Als het gaat om de kwaliteit van de GGZ wil de SP in eerste instantie een einde aan de concurrentie tussen de verschillende instellingen. De SP wil een einde aan alle marktwerking in de zorg, en zeker ook in de GGZ, en een terugkeer van de menselijke maat. Door het afschaffen van de zorgverzekeraars en de marktwerking in de GGZ wordt ervoor gezorgd dat een ggz-instelling niet geconfronteerd wordt met allerlei onderhandelingen en door verschillende partijen verschillende opgelegde administratieve eisen. Administratieve handelingen voor controle moeten eenvoudig en uniform zijn (niet iedere instantie zijn eigen normen) en moeten op draagvlak kunnen rekenen. Administratie die als niet zinvol wordt ervaren door de professionals moet worden weggesnoeid. Door het verminderen van administratieve lasten zal ook de werkdruk verminderen en het werkplezier verhoogd worden.

Het is ongewenst dat de wachtlijsten voor de ernstige problematiek veel te lang zijn doordat de relatief eenvoudige ggz-problematiek snel wordt opgepakt vanwege het zogenaamde ‘krenten uit de pap halen’. Het is ongewenst dat de organisatie van de GGZ meer geënt is op een ‘verdienmodel’ dan op kwalitatief goede zorg.

Voor een goede kwaliteit van zorg is het essentieel dat er voldoende professionals zijn, de adviezen van het Capaciteitsorgaan op het gebied van GGZ moeten dan ook opgevolgd worden. Dit betekent onder andere dat er meer opleidingsplekken beschikbaar moeten zijn. Hiervoor moet voldoende budget beschikbaar worden gesteld.

De PvdA over kwaliteit van de zorg

Als je zorg nodig hebt, dan wil je ook dat deze van goede kwaliteit is en dat je zelf een goed geïnformeerde keuze kunt maken over welke behandeling het beste bij je past. Daarom is transparantie zo belangrijk. Zorginstellingen moeten verplicht open zijn over hoe zij zorg leveren en hoe hun prijzen tot stand komen. Dit zal de kwaliteit van zorg en de informatiepositie van mensen alleen maar ten goede komen. Bovendien zet de PvdA in op meer samenwerking. Nu is zorg vaak heel versnipperd wat ertoe leidt dat zorg niet optimaal kan worden geleverd. We breiden de mogelijkheden tot samenwerking uit en investeren tegelijkertijd extra in de zorg zodat gebrek aan financiering nooit kan leiden tot een minder goede behandeling.

Door te investeren in mensen en kennis zet de PvdA in op goede zorg. Innovaties in de zorg kunnen daarbij helpen. Technieken die het werk makkelijker kunnen maker of de zorg beter moeten doorgang kunnen vinden. Samenwerkingen tussen kennisinstituten en zorginstellingen kunnen door middel van pilots sneller innovatieve zorg leveren. Om meer kennis te vergaren vergroten we de budgetten die beschikbaar zijn voor (fundamenteel) onderzoek. Professionals in de zorg moeten makkelijker kunnen doorleren en moeten actief worden geholpen om hun kennis verder uit te breiden.

We zien nu vaak dat er veel regels worden opgelegd door zorgverzekeraars. In plaats van uit te gaan van wantrouwen moeten we onze zorgmedewerkers weer meer vertrouwen en vrijheid geven in hoe zij zorg leveren. Wij willen dat de minister van VWS regels tegen het licht houdt en de administratieve lasten  beperkt wanneer deze goede zorg belemmeren.

De ChristenUnie over kwaliteit van de zorg

De zorg is opgeknipt in eerste, tweede en derde ‘lijn’, maar patiënten kun je niet opknippen. Daarom werken zorgaanbieders aan samenhangende zorgverlening in de regio, bijvoorbeeld georganiseerd in netwerk- of ketenzorg waardoor de patiënt geen last heeft van allerlei overgangen. Er komen regiobudgetten waarin middelen uit de Wlz, Zvw en Wmo worden samengevoegd, ook voor het bevorderen van een gezonde leefstijl, welzijn en positieve gezondheid.

We willen in de ggz experimenteren met populatiebekostiging. Dit betekent dat er uitkomstdoelen worden gesteld, waarbij professionals zelfstandig bepalen hoe ze die bereiken. Het financiële risico wordt gedeeld tussen inkoper(s) en aanbieder. Door de toenemende specialisering en daarop aangepaste financiering, loopt een groot deel van de psychiatrische zorg langs de lijnen van zorgpaden en zorgprogramma’s, die suggereren dat iemand slechts één psychiatrische diagnose heeft. In de praktijk blijkt vaak dat mensen die door psychische en psychiatrische problematiek langdurig vastlopen, aan meerdere diagnosegroepen voldoen. De zorgvraag sluit daardoor niet aan bij het zorgaanbod. Het gevolg is dat psychisch kwetsbare mensen met een complexe problematiek nergens adequaat geholpen worden, maar vaak langdurig op wachtlijsten staan. Wij willen dat ‘out-of-the-DSM-box’ denken, behandelen en bekostigen onderdeel wordt van het experiment populatiebekostiging.

Voor veel professionals is de klinische en acute zorg steeds minder aantrekkelijk om te werken vanwege de enorme verantwoordingsdruk. Het werk bij organisaties die zich richten op lichtere vormen van ggz-zorg biedt vaak meer vrijheid en is beter te plannen. Dit leidt tot grote tekorten in de klinische en acute ggz. Dat moet anders: vertrouwen in de professionaliteit van zorgverleners wordt het uitgangspunt.

Landelijke partijen zorgen voor een adequaat en landelijk dekkend systeem met een bovenregionaal aanbod voor patiënten met een hoogcomplexe zorgvraag die niet binnen de eigen regio geholpen kunnen worden. De financiering hiervan wordt geregeld op basis van beschikbaarheid en niet op basis van gebruik.

De Partij voor de Dieren over kwaliteit van de zorg

Door als eerste te investeren in de directe zorgverlening zelf en als tweede de zorgverleners ook zelf aan het roer te zetten, met bijpassende loonsverhoging en verminderde werkdruk. Voldoende ruimte voor (bij)scholing en inspraak en zeggenschap. Zorgmedewerkers krijgen meer te zeggen over de inhoud van hun werk en werkroosters. Zo wordt de zorg ook voor patiënten een aangenamere omgeving. In grote bedrijven krijgen werknemers meer zeggenschap over belangrijke beslissingen, zoals fusies, overnames, reorganisaties. De positie van werknemers in de ondernemingsraad wordt versterkt.

De IGJ toetst de kwaliteit van zorg bij een zorgaanbieder of behandelaar, zonder dat dit gepaard gaat met extra papieren rompslomp. Deze informatie wordt actief naar buiten gebracht. Zorgverzekeraars en zorgkantoren stellen hun inkoopdata over de gecontracteerde zorg digitaal ter beschikking zodat cliënten en mantelzorgers zich relatief eenvoudig kunnen informeren over de mogelijkheden die er voor hen zijn.

De recente grote stelselwijzigingen in 2015 waren juist bedoeld om de versnippering en de schotten weg te halen en lokaal te organiseren zodat de zorg dichtbij bij de burger vorm kon krijgen. Inmiddels blijken deze stelselwijzigingen ook niet datgene te hebben gebracht dat de politiek voor ogen had. En datzelfde geldt ook voor eerdere stelselwijzigingen, zoals de modernisering van de AWBZ. Telkens blijkt dat sleutelen aan wetten, bevoegdheden, lokaal of regionaal niet datgene brengt wat beleidsmakers voor ogen hebben. En helaas gaat hier wel heel veel tijd en geld door verloren. Geld dat niet meer voor zorg beschikbaar is.
Wij draaien het om. Door te werken vanuit de inhoud met de zorgexperts en de ervaringsdeskundigen én met behulp van langdurig beschikbare experimenteerruimte vanuit de Nza en met subsidieverordeningen vanuit de Rijksoverheid ontstaan mogelijkheden om deze integrale zorg wel te bereiken. Door eerst de inhoud en pas later de vorm/ proces centraal te zetten is er meer kans op succes voor integrale GGZ-zorg dat aansluit bij datgene wat mensen nodig hebben.

Wij kiezen voor een welzijnseconomie, dat in dienst staat van een gelijkwaardige maatschappij waarin we leven in harmonie met elkaar en de natuur. De welvaart van de één gaat dan niet meer ten koste van het welzijn van de ander. Dit is de enige economie die houdbaar is, omdat deze economie binnen de draagkracht van de Aarde blijft en sociaal rechtvaardig is. Niet groei moet het doel zijn, maar het welzijn van mens, dier en planeet.
Dit betekent concreet dat als er voldoende middelen worden vrijgemaakt om innovatie en kwaliteitsverbetering in de GGZ mogelijk te maken.

We willen dat er hulpverleners zoveel mogelijk directe tijd hebben voor het contact met hun cliënt en niet achter een computer verslagen en andere rapportages in zitten te vullen. Managementlagen worden ingekrompen waar dat kan, en het vrijgekomen budget wordt meteen geïnvesteerd in mensen die deze zorg verlenen. Hulpverlener krijgen ook meer te zeggen over de inhoud van hun werk en werkroosters. Zo wordt het ook voor jongeren ook aantrekkelijker om voor de zorg te kiezen én er ook te blijven.

Wij kiezen voor een welzijnseconomie, die in dienst staat van een gelijkwaardige maatschappij waarin we leven in harmonie met elkaar en de natuur. De welvaart van de één gaat dan niet meer ten koste van het welzijn van de ander.
Dit betekent concreet dat als er behoefte is aan meer opleidingsplekken de financiering hiervoor ook gelijk in oploopt.

Het oormerken van een beschikbaar budget is zinvol omdat hierdoor zowel de financiers als de zorgaanbieders weten waar ze aan toe zijn en hierdoor duidelijke (langere termijn) afspraken kunnen maken.

De SGP over kwaliteit van de zorg

De ggz is de afgelopen jaren versnipperd geraakt. De SGP pleit voor verdergaande ‘ontschotting’ van de financiering van zorg. Idealiter is er sprake van één type financiering per cliënt, afhankelijk van de levensfase en ernst van de zorgvraag. Een oplossingsrichting ligt in regionale samenwerking en visievorming. Op dit moment is ‘de regio’ echter vaak geen eenduidig geheel. Haast iedere zorgwet hanteert een eigen regio-indeling. Er is duidelijkheid nodig over welk type zorg op lokaal, regionaal, bovenregionaal of landelijk niveau moet worden georganiseerd. Hiervoor zijn afspraken tussen verzekeraars, gemeenten en Rijksoverheid nodig. Indien nodig moet dit ook wettelijk worden vastgelegd. Lokaal en regionaal kan worden gekeken hoe de samenwerking en financiering het beste kan worden vormgegeven, zodat de beste zorg kan worden verleend en de administratieve rompslomp afneemt.

De kwaliteit van zorg lijdt onder de administratieve lastendruk. Dit kan worden tegengegaan door uniformering van inkoop- en verantwoordingseisen, voor zowel de Zvw als de Wmo. Ook is het nodig om te komen tot een zorgvuldige digitale registratie en uitwisseling van patiëntgegevens is broodnodig, zodat informatie niet dubbel of onnodig hoeft te worden geregistreerd en medische missers kunnen worden voorkomen. Dit kan de administratieve lastendruk fors verminderen. Als privacywetgeving samenwerking tussen bijvoorbeeld gemeenten en zorgaanbieders in de weg staat, moet de wet worden aangepast. De overheid faciliteert een goede landelijke voorziening voor het uitwisselen van patiëntgegevens. Patiënten en cliënten krijgen online toegang tot hun medisch dossier, mits de veiligheid en de privacy goed gewaarborgd zijn.

Keuzevrijheid bevordert de kwaliteit van zorg. Mensen die van zorg afhankelijk zijn, moeten kunnen kiezen voor zorgverlening die past bij hun levensovertuiging en wensen. Bij de inkoop van zorg moet dit altijd gewaarborgd blijven. Er moeten in de zorg onderscheiden aanbieders zijn die passen bij de identiteit van een groep zorgvragers. De SGP vindt dat zorgverzekeraars en gemeenten daarom op een wijze en verstandige manier moeten samenwerken, zodat er ruimte blijft bestaan voor een divers zorgaanbod.

De Piraten Partij over kwaliteit van de zorg

Permanente educatie met evaluatie van de effectiviteit hiervan moet worden geboden aan alle medewerkers. Voor cliënten dient voldoende informatie in begrijpelijke taal beschikbaar zijn. Cliënten worden tijdens de intake geïnformeerd dat zij zonder represailles kunnen vragen om een andere behandelaar als er geen klik is.

De Piratenpartij wil decentralisering van de zorg terugdraaien; beter ten halve gekeerd….

GGZ beleid dient bepaald te worden door deskundigen, niet door wethouders met wisselende kennis en ervaring in het veld. ‘Postcode zorg’ moet stoppen. De Piratenpartij streeft integratie van de relevante wetten voor de GGZ na om genoemde schotten weg te nemen. De Piratenpartij staat open voor ideeën van ervaringsdeskundigen en vanuit het werkveld. Voor introductie van verbeteringen en voor innovatie dient een praktijkonderzoek te worden verricht. Financiering van innovatie wordt meegenomen in de bepaling van het budget.

Het vinden van een betaalde diagnose-behandelcombinatie kost soms meer tijd dan diagnose en behandeling. De Piratenpartij wil administratieve lasten en bureaucratie beperken met meer vertrouwen in de keuzes van professional en minder in die van zorgverzekeraars. Bij dossiervoering moet dubbel werk worden voorkomen. We zijn per saldo meer geld kwijt aan patiënten die door gebrek aan professionele zorg (late start, gebrekkige continuïteit) afglijden dan aan de opleiding van voldoende professionals.

Wanneer psychiatrische problemen zo ernstig of complex zijn dat een specialistische behandeling niet voldoende helpt, moet hoog specialistische zorg worden aangeboden. De groep mensen die deze zorg nodig heeft is niet heel groot, maar zij
hebben wel een extreem groot belang bij passende hulp. Het is belangrijk om structuur aan te brengen voor de bekostiging van de TOPGGZ om zo ook aan de instanties die dit leveren zekerheid te bieden.

JONG over kwaliteit van de zorg

Er moet niet alleen een Raad van Toezicht zijn om een Raad van Bestuur te controleren. Er moet ook een Raad van Toezicht zijn om in te grijpen bij signalen van cliënten. Hiermee zal men emotionele schade kunnen voorkomen.

De zorg moet centraal worden aangeboden en niet decentraal

Om innovatie en vernieuwing in de GGZ te bevorderen willen wij meepraten om beslissingen duurzamer en toekomstgerichter te maken. De belangen van jongeren moet meegewogen worden. Jongeren hebben frisse en creatieve ideeën.

Om de regeldruk in de GGZ aan te pakken zijn wij voor minder privatisering. Er moet één nationaal fonds voor de GGZ worden opgericht.

Om het opleiden van professionals binnen de ggz verder te professionaliseren en te stimuleren moeten er meer opleidingsplekken komen voor neuro-diverse personen. De GGZ-opleiding niet verkorten! In de aankomende jaren investeren in opleidingsplekken, aantrekkelijker maken voor studenten, dan hebben we er langer profijt van.

Binnen de GGZ wil JONG minder privatiseren en sterke specialistische zorg goed monitoren. Als dit goed verloopt: meer geld van het Rijk naar deze afdelingen.

Vergroot lettertype
Scroll naar top