Home Wat gaat de Partij voor de Dieren doen binnen de GGZ?

Toekomstvisie

We streven naar een leven met minder stress. Het is van belang dat we onze omgeving zo inrichten dat we echt tot rust kunnen komen en we onze psychische gezondheid sterker maken. De ratrace en het constant alert zijn maken plaats voor rust en zorg voor elkaar.

Een goede mentale gezondheid begint op school. Tijdens lessen wordt aandacht besteed aan de druk die sociale media kan geven. Er is volop aandacht voor pesten en hier wordt actief tegen opgetreden (bij scholen, kinderdagverblijven, sportclubs).
Activiteiten als schoolzwemmen, sportlessen, cultuurlessen (theater-, dans-, muziek-, schilderles.) en schooltuinen worden extra gefaciliteerd. Ook buitenlessen worden gestimuleerd, omdat zulke lessen veel goeds brengen en het bewegen stimuleert. De combinatie van natuurlijk daglicht en frisse buitenlucht zorgt er ook voor dat kinderen zich daarna beter kunnen concentreren in de klas.

Problemen vroegsignaleren voorkomt erger. Mensen met psychische klachten moeten snel terecht kunnen bij een arts of therapeut. Door er op tijd bij te zijn kunnen verergering en specialistische zorg worden voorkomen. De zorg moet laagdrempelig zijn en met voldoende aandacht voor iedereen. De druk op basiszorg is door de jaren heen steeds hoger geworden. Deze druk moet omlaag. Dat is beter voor de patiënt én de behandelaar. De eerstelijnszorg via huisartsen is cruciaal om ziekten vroeg te signaleren zodat evt. zware medicijnen niet nodig zijn. Het sociaal werk moet daarbij beter gefaciliteerd en meer geïntegreerd worden in het zorgaanbod. Ook hier geldt; waar sociaal werkers psychosociale klachten op tijd herkennen, kunnen ergere problemen voorkomen worden.

Mensen die GGZ-zorg nodig hebben, staan (soms jarenlang) op wachtlijsten en krijgen daardoor niet bijtijds goede hulp. Deze wachtlijsten en wachttijden dringen we terug door te investeren in genoeg (vergoede) omscholings- en opleidingsmogelijkheden, vermindering van administratieve lasten, en vermindering van kosten door professionals te stimuleren in loondienst te gaan. In de tussentijd zorgen we voor voldoende overbruggingszorg en meer (tijdelijke) opnameplaatsen en crisisbedden.
De GGZ wordt onderdeel van de zorg in elke buurt.

En dan de leefomgeving. Groen doet goed. Een bezoek aan de natuur vermindert pijn en negatieve emoties en moet dus voor iedereen toegankelijk zijn. Natuur geeft energie en nodigt uit tot bewegen. We gaan woonwijken en steden flink vergroenen.

Een breed plan van aanpak voor psychische gezondheid is verder nodig waarbij ervaringsdeskundigen, zorgprofessionals, onderwijs, werkgevers- en werknemersorganisaties betrokken zijn. Een integrale aanpak voor suïcidepreventie (in onderwijs, zorg en op sociaaleconomisch terrein) is nodig om het aantal zelfdodingen terug te dringen.

De Partij voor de Dieren wil een samenleving waarin mensen zo veel mogelijk zelf invulling kunnen geven aan hoe ze hun leven inrichten en hun inkomen verdienen. We willen af van de doorgeslagen prestatiedruk die zorgt voor continue stress en gejaagdheid. Gelijk werk betekent voor ons ook gelijke beloning, geen uitzondering voor sekse, gender, etniciteit en beperking. Door een kortere werkweek en een betere verdeling van het beschikbare werk is er ook meer tijd voor elkaar. Ook gaan we onderzoeken hoe mensen door het verrichten van maatschappelijk zinvol geachte activiteiten een ‘sociaal kapitaal’ kunnen opbouwen, dat ingezet kan worden voor het bekostigen van basisbehoeften als eten en woonruimte. De Partij voor de Dieren wil de zekerheid en autonomie van mensen en de onderhandelingsmacht van werknemers vergroten door te kijken naar het invoeren van een onvoorwaardelijk basisinkomen. Het uitgangspunt is dat iedereen voldoende inkomen heeft om goed van te kunnen leven.

Preventie en bevorderen mentale gezondheid

De Nederlandse leefomgeving maakt ons ziek. Het voedselaanbod is overwegend ongezond. We ademen vervuilde lucht in en pakken de auto in plaats van de fiets, omdat onze hele leefomgeving ten dienste staat van vervuilend, gemotoriseerd verkeer.
We grijpen in bij de fabrieksproductie van voedsel zodat er minder zout, suiker en vet in zit.  Kindermarketing voor producten met te veel suiker, zout of vet wordt verboden: geen reclame voor (en óp) snoep en fastfood die gericht is op kinderen onder 12 jaar. Hierbij richten we ons ook op influencers en vlogs. Minder nieuwe vestigingen van fastfoodketens en snackbars. Bij scholen worden deze niet meer geopend. Ongezond eten wordt hoger belast bij de fabrikant, bijvoorbeeld door een suikertaks. We maken een preventieakkoord dat de gezondheid van mensen vooropstelt, niet de belangen van de voedingsindustrie. Door geen btw meer te heffen op (biologische) groente en fruit maken we gezond eten ook weer betaalbaar en aantrekkelijker. Misleidende voedingskeurmerken worden afgeschaft.
Kinderen die thuis om welke reden ook geen ontbijt krijgen, kunnen op school, de voorschoolse opvang of het kinderdagverblijf gezond ontbijten. Daar worden ook uitsluitend gezonde tussendoortjes gegeven, zoals groente en fruit, en geen suikerrijke dranken geschonken. Biologisch, lokaal geteeld schoolfruit en verse (warme) lunches nemen de plek in van frisdrankmachines en snoepautomaten. Er wordt ruimte gemaakt voor buurtmoestuinen. Zo brengen we mensen weer rechtstreeks in contact met voedsel, buurtgenoten en de natuur. Niet de best betalende multinational, maar gezonde producten krijgen een prominente plek in het supermarktschap.

We lichten jongeren al op jonge leeftijd beter voor over de schadelijke effecten van alcohol (vooral op het brein) en blijven streng handhaven op de leeftijdsgrens van 18 jaar. Reclames voor alcohol worden verboden. We werken toe naar een rookvrije generatie. De verkoop van (e-)sigaretten en andere tabaksproducten wordt vergunningplichtig en kan alleen nog in tabakszaken.

De openbare ruimte is te veel ingericht op auto’s en verkeer. Buiten spelen en buiten sporten is gezond, maar lastig als er steeds auto’s langsrazen. Wij willen dat mensen weer buiten kunnen sporten zonder zich zorgen te maken om ongezonde lucht, of die nu afkomstig is van auto’s, houtstook of veehouderij. Fietsers en voetgangers krijgen de ruimte. En kinderen moeten kunnen buitenspelen in een veilige en uitdagende omgeving. Voetbalveldjes en jongerencentra nodigen jongeren uit tot beweging en sociale activiteiten. Veilige natuurspeelplaatsen worden bereikbaar voor alle kinderen die in een woonwijk wonen. In elke wijk wordt ruimte gemaakt voor sportvoorzieningen voor jongeren, zoals openbare voetbal- en basketbalveldjes en skateparken. Op jongerencentra wordt niet langer bezuinigd.

Sport is belangrijk. Het bevordert niet alleen onze fysieke en geestelijke gezondheid, het draagt ook bij aan zelfredzaamheid, zoals bij zwemmen. Sport heeft een maatschappelijke functie en sportverenigingen spelen daarbij een belangrijke rol. Sporten in verenigingsverband moet voor iedereen mogelijk zijn.

Het zorgstelsel en de bijbehorende vergoedingen van verzekeraars zijn teveel gericht op operatie, behandeling en medicatie.
Vergoedingen voor preventie (diëtist, verslavingszorg en hulp bij stoppen met roken) blijven in het basispakket en worden volledig vergoed. Zorgverzekeraars gaan meer preventiemaatregelen voor 100% vergoeden: we richten het zorgsysteem beter in op hulp en begeleiding om de eigen gezondheid te versterken. Leefstijlinterventies, zoals voeding en beweging, zorgen ervoor dat sommige mensen zelfs geen of minder medicatie hoeven in te nemen en andere ziekten worden voorkomen. Huisartsen moeten leefstijladvies volledig kunnen declareren. Ook in de opleiding van artsen en andere zorgverleners wordt hier meer aandacht aanbesteedt.

Het eigen risico wordt afgeschaft. Het ziekenfonds komt terug met een uitgebreide dekking, ook voor mondzorg, fysiotherapie en (definitieve) anticonceptie. De premie wordt inkomensafhankelijk. Mensen die een particuliere verzekering kunnen betalen moeten zich particulier verzekeren, maar ook daarvan maximeren we de premies. De zorgtoeslag wordt zo overbodig.

De afgelopen jaren zijn de oneerlijkheden in de Nederlandse samenleving alleen maar groter geworden. Zinvol werk wordt vaak laag betaald, en werk waarvan het twijfelachtig is wat de toegevoegde waarde is, wordt vaak goed betaald. De Partij voor de Dieren wil de bestaanszekerheid verhogen en beroepen die nu laag betaald worden meer gaan waarderen, niet alleen in geld, maar ook in hoe we als maatschappij naar hun werk kijken. In een samenleving waar iedereen mee kan, zijn toeslagen van de overheid niet nodig. De Partij voor de Dieren wil de zekerheid en autonomie van mensen en de onderhandelingsmacht van werknemers vergroten door te kijken naar het invoeren van een onvoorwaardelijk basisinkomen. Het uitgangspunt is dat iedereen voldoende inkomen heeft om goed van te kunnen leven. De Partij voor de Dieren wil een samenleving waarin mensen zo veel mogelijk zelf invulling kunnen geven aan hoe ze hun leven inrichten en hun inkomen verdienen. We willen af van de doorgeslagen prestatiedruk die zorgt voor continue stress en gejaagdheid. Gelijk werk betekent voor ons ook gelijke beloning. Sekse, gender, etniciteit en beperking mogen niet tot inkomensverschillen leiden. De Partij voor de Dieren maakt een einde aan uitbuitbanen en doorgedraaide flexcontracten. Door een kortere werkweek en een betere verdeling van het beschikbare werk is er meer tijd voor elkaar.

We pakken de blootgelegde pijnpunten aan, én leren van de lessen die de coronacrisis ons heeft geleerd. De Partij voor de Dieren wil dat onze zorg weer kleinschalig georganiseerd wordt, met de patiënt voorop in plaats van winstmaximalisatie, en met de zorgmedewerkers aan de knoppen. Met een gezonde leefomgeving en een goed georganiseerde zorg hebben we een sterke basis, maar voorkomen is beter dan genezen. Boven alles gaan we de kans dat er ooit weer een pandemie uitbreekt verkleinen.

De lessen die zijn opgedaan, zoals het organiseren van onderwijs op afstand, of juist het inrichten van klaslokalen, worden behouden. Het belang van kleinere klassen wordt duidelijker. De negatieve gevolgen, zoals het wegvallen van de sociale contacten, of het achterop raken met de lesstof, vergen een inhaalslag en extra investeringen. Ook zijn adequate gezondheidsmaatregelen nodig; leerlingen en leraren hebben recht op een veilige leer- en werkomgeving.
De leer- en andere achterstanden die zijn opgelopen vergen een extra investering, de coronacrisis mag de ongelijkheden niet vergroten. De overheid ondersteunt het onderwijs om fysiek onderwijs mogelijk te maken. Onderwijsomgevingen zullen corona-bestendig worden ingericht. De onderwijsinstellingen krijgen hiervoor extra budget en zijn verantwoordelijk voor de uitvoering. Het personeel heeft daarin het laatste woord.

De druk op studenten moet worden verlaagd. We willen dat de studietijd gaat om de tijd nemen voor ontwikkeling en ontplooiing. Nu staan studenten steeds meer onder te grote druk. Zij moeten sneller studeren, meer lenen en tijdens de studie al nuttige (werk)ervaring opdoen om hun cv op te bouwen. Corona maakt de druk alleen maar groter. Daarom is preventie van psychische klachten erg belangrijk. Er dient actief gewerkt te worden aan een cultuur waarin taboes rondom psychische klachten rondom falen tijdens de studie doorbroken worden. Er komt een jaarlijkse meting naar het studentenwelzijn in het kader van preventie, vroege signalering en taboedoorbreking. Iedere student krijgt directe en laagdrempelige toegang tot een studieadviseur, studentdecaan of vertrouwenspersoon. Het aanbod van studentpsychologen wordt verruimd, zodat studenten op een redelijke termijn hulp kunnen inroepen.

De basisbeurs keert terug. Steeds meer jongeren krijgen nu een torenhoge schuld, nog vóór hun werkzame leven aanvangt. Goed onderwijs is goed voor de samenleving als geheel en niet een individuele investeringsplicht in jezelf. De Partij voor de Dieren vindt het belangrijk om studenten die slachtoffer zijn geworden van het leenstelsel, afdoende te compenseren. Denk bijvoorbeeld aan een korting op de studieschuld.  

De Partij voor de Dieren wil verder dat klassen kleiner worden om goed passend onderwijs te kunnen geven. Voldoende aandacht voor leerlingen die onderwijs krijgen op een plek die past bij hun mogelijkheden en talenten vinden wij een plicht. De veelheid aan regels draagt eraan bij dat het passend onderwijs niet goed functioneert. Kinderen zitten thuis en raken in een isolement, doordat is bezuinigd op passend onderwijs. Dit moet ongedaan worden gemaakt en er wordt onderzocht waar passend onderwijs verbeterd dient te worden. Er wordt meer geïnvesteerd in passend onderwijs. Meer handen in de klas, kleinere klassen, meer expertise op scholen, meer aandacht voor individuele leerlingen. Zorgteams op scholen zijn voldoende groot en hebben de juiste expertise en middelen om de veelheid aan onderwerpen te kunnen aan te kunnen die komen kijken bij onderwijs op maat. Denk aan zorg, basiskennis en vroegsignalering op het gebied van leerachterstanden en –beperkingen en uitzonderlijke intelligentie. Maar ook aan zorg rondom het sociaal-emotionele functioneren. Dit wordt ook onderdeel van lerarenopleidingen.

De Partij voor de Dieren wil daarbij dat het onderwijs zich niet alleen richt op het ontwikkelen van cognitieve vaardigheden, maar ook op de ontplooiing van álle talenten, inclusief sociale, emotionele, motorische en creatieve vermogens; die vallen niet in cijfers uit te drukken. Scholen horen bij uitstek niet gericht te zijn op rendement, standaardisatie, controle, concurrentie en zakelijke managementmodellen, maar op de ontwikkeling van de individuele leerling. Dat vergt op korte termijn investeringen en komt op langere termijn iedereen ten goede. Doorstromen naar een volgende opleiding wordt makkelijker gemaakt in plaats van moeilijker.

De jeugdzorg wordt uitgebreid tot 21 jaar zodat de zorgcontinuïteit beter gewaarborgd kan blijven. Vanaf 18 jaar wordt deze geleidelijk afgebouwd.

Wachtlijsten & toegankelijkheid

Een toegankelijke, inclusieve gezondheidszorg op maat wordt het uitgangspunt. Wachtlijsten en wachttijden in de GGZ dringen we terug door te investeren in genoeg (vergoede) omscholings- en opleidingsmogelijkheden, vermindering van administratieve lasten, en vermindering van kosten door professionals te stimuleren in loondienst te gaan. In de tussentijd zorgen we voor voldoende overbruggingszorg en meer (tijdelijke) opnameplaatsen en crisisbedden.  De GGZ wordt onderdeel van de zorg in elke buurt.

Verschillen tussen gemeenten in aanbod en kwaliteit van jeugdhulp zijn onaanvaardbaar. De decentralisatie ging gepaard met onverantwoorde bezuinigingen. We zorgen dat elke gemeente voldoende middelen heeft voor een goed georganiseerde jeugdzorg. De wachtlijsten in de jeugdzorg worden actief aangepakt.

Niemand hoeft op straat te slapen. In elke gemeente zijn voldoende gratis slaapplaatsen, ook voor dak- of thuislozen die zelfredzaam zijn. Bij slecht weer en kou mag een huisdier nooit een weigeringsgrond vormen voor opvang van de dakloze: ook voor huisdieren wordt een passende plaats gezocht, bijvoorbeeld in het asiel als het niet in de daklozenopvang kan.

De bezuinigingen, privatisering en marktwerking hebben ervoor gezorgd dat de zorg vooral draait om winstmaximalisatie. Dat gaan we veranderen. We willen handen aan het bed, en niet achter een computer om verslagen in te vullen. Absurde beloningen, winstuitkeringen en bonussen aan de top van de zorg schaffen we meteen af. Managementlagen worden ingekrompen waar dat kan, en het vrijgekomen budget wordt geïnvesteerd in mensen die zorg verlenen. Dit moet een aangename werkomgeving zijn. De uitstroom in de zorg is echter te hoog. Een groot deel van de zorgmedewerkers haakt na een paar jaar in de zorg af en komt niet meer terug We investeren flink in zorgverleners: ruimte voor (bij)scholing en goede arbeidsvoorwaarden zijn vanzelfsprekend. De salarissen gaan omhoog. Zorgmedewerkers krijgen meer te zeggen over de inhoud van hun werk en werkroosters. Zo wordt het ook voor jongeren aantrekkelijker om een baan in de zorg te kiezen én er ook te blijven.

Zo wordt de zorg ook voor patiënten een aangenamere omgeving. Meer aandacht en keuzevrijheid voor patiënten leidt tot kwalitatief betere zorg. Daarom gaan we ook inzetten op kleinschalige basiszorg. We zorgen voor voldoende overbruggingszorg en meer (tijdelijke) opnameplaatsen.  De GGZ wordt onderdeel van de zorg in elke buurt. Het sociaal werk moet daarbij beter gefaciliteerd en meer geïntegreerd worden in het zorgaanbod. Ook hier geldt; waar sociaal werkers psychosociale klachten op tijd herkennen, kunnen ergere problemen voorkomen worden.

Het is van essentieel belang dat we onze omgeving zo inrichten dat we echt tot rust kunnen komen en we onze psychische gezondheid sterker maken. De ratrace en het constant alert zijn maken plaats voor rust en zorg voor elkaar.

Er komt een breed plan van aanpak voor psychische gezondheid waarbij naast ervaringsdeskundigen, zorgprofessionals ook het onderwijs, werkgevers- en werknemersorganisaties betrokken worden. Ook is een integrale aanpak voor suïcidepreventie (in onderwijs, zorg en op sociaaleconomisch terrein) is nodig om het aantal zelfdodingen terug te dringen.

Het zorgsysteem moet beter worden ingericht op hulp en begeleiding om de eigen gezondheid te versterken. Initiatieven gericht op zelfherstel, lotgenotencontact, voor jongeren zoals @ease, kunnen hier, heel laagdrempelig, juist bij helpen. De overheid erkent, stimuleert en ondersteund dit soort initiatieven op lokaal niveau.

Eén op de zes werkenden werkt in de zorg. Dit moet een aangename werkomgeving zijn. De uitstroom in de zorg is echter veel te hoog. Een groot deel van de zorgmedewerkers haakt al snel af en komt niet meer terug. Absurde beloningen, winstuitkeringen en bonussen aan de top van de zorg schaffen we meteen af. Managementlagen worden ingekrompen waar dat kan, en het vrijgekomen budget wordt geïnvesteerd in mensen die zorg verlenen. De managementlagen worden ingekrompen en we roepen de bureaucratie een halt toe. We willen meer hulpverleners in de directe zorg en aan het roer, met bijpassende loonsverhoging en verminderde werkdruk. We investeren flink in zorgverleners: ruimte voor (bij)scholing en goede zorg zijn vanzelfsprekend. De salarissen gaan omhoog. Zorgmedewerkers krijgen meer te zeggen over de inhoud van hun werk en werkroosters. Zo wordt het ook voor jongeren aantrekkelijker om een baan in de zorg te kiezen én er ook te blijven. Marktwerking heeft geleid tot geldverspilling, terwijl de financiering van de zorg onder druk staat. Er komt een taskforce om verspilling in de zorg op alle fronten tegen te gaan en perverse prikkels af te schaffen.

Wij kiezen voor een welzijnseconomie, dat in dienst staat van een gelijkwaardige maatschappij waarin we leven in harmonie met elkaar en de natuur. De welvaart van de één gaat dan niet meer ten koste van het welzijn van de ander. Kwetsbare waarden worden beschermd, en de belangen van grote, vervuilende bedrijven worden daaraan ondergeschikt gemaakt.
Dit is de enige economie die houdbaar is, omdat deze economie binnen de draagkracht van de Aarde blijft en sociaal rechtvaardig is. Niet groei moet het doel zijn, maar het welzijn van mens, dier en planeet.

Dit betekent concreet dat er voldoende middelen worden vrijgemaakt om de toegang tot de geestelijke gezondheid te verbeteren. Geestelijke gezondheid raakt zoveel beleidsterreinen. Zowel het ministerie van VWS maar ook het ministerie van OCW, SZW, BZ en zelfs het ministerie van LNV zijn hierbij belangrijk.

Ambulantisering

Er zijn nu én te weinig zorgverleners én de afbouw van de intramurale bedden gaat niet gelijk op met de beschikbaarheid van (beschermd) woningen met zorg. Ook past het huidige aanbod nog niet goed genoeg op datgene wat er nodig is. Door meer tijd te nemen voor deze opbouw in de wijk en de afbouw te temporiseren creëer je een zorgvuldiger traject naar alle betrokkenen toe.

Het sociaal werk moet ook beter gefaciliteerd en meer geïntegreerd worden in het zorgaanbod. Ook hier geldt; waar sociaal werkers psychosociale klachten op tijd herkennen, kunnen ergere problemen voorkomen worden.

Tot het zover is, zorgen we ook voor voldoende overbruggingszorg en meer (tijdelijke) opnameplaatsen en crisisbedden. De GGZ is onderdeel van de zorg in elke buurt. Ook moet er meer aandacht voor mantelzorgers komen. Mantelzorgers worden (financieel) ondersteund en er komt extra aandacht voor het tegengaan van overbelasting van mantelzorgers. Bij de toegang en evaluatie van de zorg wordt meer rekening met mantelzorgers gehouden.

De overheid garandeert een divers zorgaanbod. Zorg vanuit bv. de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz) wordt bij voorkeur kleinschalig aangeboden en is in elke gemeente gelijkwaardig: welke zorg je kan ontvangen, hangt niet af van de gemeente waarin je woont.

De regie bij regionale overheden leggen kan hierbij helpen. De verkapte bezuinigingsoperatie wordt teruggedraaid. Gemeenten krijgen genoeg middelen om goede zorg aan te bieden die ook alleen dáárvoor aangewend worden. De kosten, uitvoering en kwaliteit zijn in elke gemeente gelijk. In de loop van de tijd zijn overheidstaken steeds meer op afstand gezet. Er wordt veel op regionaal niveau samengewerkt waardoor de democratische controle en besluitvorming door gekozen volks-vertegenwoordigers aan zeggenschap inboet. De Wet Gemeenschappelijke Regelingen wordt vernieuwd zodat het recht van amendement en het budgetrecht voor volksvertegenwoordigers beter verankerd wordt en daarmee een verplicht onderdeel van samenwerkingen tussen gemeenten, provincies. Gemeenteraden en Provinciale Staten sturen actiever op resultaat bij regionale samenwerkingsverbanden waarin de mening van de burger/ patiënt/ cliënt ook wordt meegewogen.

Kwaliteit van de zorg

Door als eerste te investeren in de directe zorgverlening zelf en als tweede de zorgverleners ook zelf aan het roer te zetten, met bijpassende loonsverhoging en verminderde werkdruk. Voldoende ruimte voor (bij)scholing en inspraak en zeggenschap. Zorgmedewerkers krijgen meer te zeggen over de inhoud van hun werk en werkroosters. Zo wordt de zorg ook voor patiënten een aangenamere omgeving. In grote bedrijven krijgen werknemers meer zeggenschap over belangrijke beslissingen, zoals fusies, overnames, reorganisaties. De positie van werknemers in de ondernemingsraad wordt versterkt.

De IGJ toetst de kwaliteit van zorg bij een zorgaanbieder of behandelaar, zonder dat dit gepaard gaat met extra papieren rompslomp. Deze informatie wordt actief naar buiten gebracht. Zorgverzekeraars en zorgkantoren stellen hun inkoopdata over de gecontracteerde zorg digitaal ter beschikking zodat cliënten en mantelzorgers zich relatief eenvoudig kunnen informeren over de mogelijkheden die er voor hen zijn.

De recente grote stelselwijzigingen in 2015 waren juist bedoeld om de versnippering en de schotten weg te halen en lokaal te organiseren zodat de zorg dichtbij bij de burger vorm kon krijgen. Inmiddels blijken deze stelselwijzigingen ook niet datgene te hebben gebracht dat de politiek voor ogen had. En datzelfde geldt ook voor eerdere stelselwijzigingen, zoals de modernisering van de AWBZ. Telkens blijkt dat sleutelen aan wetten, bevoegdheden, lokaal of regionaal niet datgene brengt wat beleidsmakers voor ogen hebben. En helaas gaat hier wel heel veel tijd en geld door verloren. Geld dat niet meer voor zorg beschikbaar is.
Wij draaien het om. Door te werken vanuit de inhoud met de zorgexperts en de ervaringsdeskundigen én met behulp van langdurig beschikbare experimenteerruimte vanuit de Nza en met subsidieverordeningen vanuit de Rijksoverheid ontstaan mogelijkheden om deze integrale zorg wel te bereiken. Door eerst de inhoud en pas later de vorm/ proces centraal te zetten is er meer kans op succes voor integrale GGZ-zorg dat aansluit bij datgene wat mensen nodig hebben.

Wij kiezen voor een welzijnseconomie, dat in dienst staat van een gelijkwaardige maatschappij waarin we leven in harmonie met elkaar en de natuur. De welvaart van de één gaat dan niet meer ten koste van het welzijn van de ander. Dit is de enige economie die houdbaar is, omdat deze economie binnen de draagkracht van de Aarde blijft en sociaal rechtvaardig is. Niet groei moet het doel zijn, maar het welzijn van mens, dier en planeet.
Dit betekent concreet dat als er voldoende middelen worden vrijgemaakt om innovatie en kwaliteitsverbetering in de GGZ mogelijk te maken.

We willen dat er hulpverleners zoveel mogelijk directe tijd hebben voor het contact met hun cliënt en niet achter een computer verslagen en andere rapportages in zitten te vullen. Managementlagen worden ingekrompen waar dat kan, en het vrijgekomen budget wordt meteen geïnvesteerd in mensen die deze zorg verlenen. Hulpverlener krijgen ook meer te zeggen over de inhoud van hun werk en werkroosters. Zo wordt het ook voor jongeren ook aantrekkelijker om voor de zorg te kiezen én er ook te blijven.

Wij kiezen voor een welzijnseconomie, die in dienst staat van een gelijkwaardige maatschappij waarin we leven in harmonie met elkaar en de natuur. De welvaart van de één gaat dan niet meer ten koste van het welzijn van de ander.
Dit betekent concreet dat als er behoefte is aan meer opleidingsplekken de financiering hiervoor ook gelijk in oploopt.

Het oormerken van een beschikbaar budget is zinvol omdat hierdoor zowel de financiers als de zorgaanbieders weten waar ze aan toe zijn en hierdoor duidelijke (langere termijn) afspraken kunnen maken.

Beschikbaarheid woningen

Niemand hoeft op straat te slapen. In elke gemeente komen voldoende gratis slaapplaatsen, ook voor dak- of thuislozen die zelfredzaam zijn. Bij slecht weer en kou mag een huisdier nooit een weigeringsgrond vormen voor opvang van de dakloze: ook voor huisdieren wordt een passende plaats gezocht, bijvoorbeeld in het asiel als het niet in de daklozenopvang kan.
Mensen zonder geldige verblijfsvergunning met GGZ-problemen krijgen dag- en nachtopvang en krijgen de zorg die ze nodig hebben. Daarnaast worden zij ook juridisch en maatschappelijk begeleid zodat er duidelijkheid komt over hun bestaanszekerheid.
Gemeenten krijgen hiervoor hulp van het Rijk. In de tussentijd zorgen we voor voldoende overbruggingszorg en meer (tijdelijke) opnameplaatsen en crisisbedden zodat er altijd een plek is voor iemand in geestelijke nood. 

Daarnaast moet de huizenmarkt snel van het slot af en moeten er meer huizen komen. Een dak boven je hoofd is een basisrecht voor iedereen. Om dat op te lossen zullen er tot 2030 een miljoen woningen bij moeten komen. Een ministerie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is noodzakelijk.

Om het creëren van woonruimte in goede banen te leiden, wordt een woonladder ontwikkeld. Allereerst wordt bestaande bebouwing slimmer benut, zoals het transformeren van kantoorpanden, het aanpakken van leegstand en het stimuleren van doorstroming. Vervolgens wordt er waar dat kan zonder de leefbaarheid aan te tasten verder binnenstedelijk verdicht. Tot slot zal bebouwing aan de rand van bestaande woonkernen plaatsvinden.
Het is onhoudbaar en onverdedigbaar dat bijna de helft van het Nederlandse grondoppervlak wordt gebruikt voor de veehouderij terwijl de natuur wegkwijnt en er een schrijnend tekort aan woonruimte bestaat. Door boeren te helpen overschakelen naar duurzame landbouw komt er veel grond vrij die we veel beter kunnen verdelen. Verreweg het grootste deel daarvan zetten we om naar natuur zodat de biodiversiteit kan herstellen. En zo komt er ook ruimte voor woningen in of in plaats van voormalige agrarische bebouwing en aan de rand van bestaande woonkernen, zonder dat dit ten koste gaat van leefbaarheid, landschaps- en cultuurhistorie en de natuur. Investeringen in het OV zorgen voor een goede bereikbaarheid.

We bouwen vooral meer sociale huurwoningen. Met een financiële injectie door het Rijk worden woningcorporaties weer op gang geholpen met hun bouwopgave. Door de maximale inkomensgrens te verhogen worden sociale huurwoningen toegankelijk voor meer mensen. Omdat steeds meer mensen in de knel komen door hun hoge huur worden de huren de komende vijf jaar bevroren.

Ervaringsdeskundigheid

De overheid moet inclusief en betrokken zijn. Het is tijd voor zelfreflectie en een daadkrachtige aanpak vanuit de overheid, die zich niet meer afzijdig mag houden. Dit kan alleen als ook ervaringsdeskundigen de tijd en ruimte krijgen om mee te praten, mee te beslissen en om mee te evalueren. We staan voor een veel striktere uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Belemmeringen en drempels in de zorg (maar ook op andere plekken in de samenleving) worden proactief weggehaald.
De uitdrukking ‘niets over ons, zonder ons’ staat centraal in ons (beleids)denken. Om dit goed te organiseren is het nodig dat de overheid de kaders en (financiële) randvoorwaarden schept om dit mogelijk te maken. Daarnaast stimuleert zij zorgpartijen, gezondheidsfondsen en onderzoeksorganisaties zoals ZonMw, Nivel en Trimbos om deze ervaringsdeskundigheid een betekenisvolle vaste plek in hun organisatie en beleid te geven.

(De)stigmatisering

De PvdD staat voor een overheid dat inclusief en betrokken is. Maar hoewel weinig mensen bewust discrimineren, komen racisme en andere vormen van discriminatie nog steeds voor. Zowel direct en zichtbaar, als bijna onzichtbaar verweven in onze systemen en structuren. Vooroordelen, afkomst, geaardheid, genderidentiteit, geloofsovertuiging of huidskleur mag niemand meer belemmeren om een stageplek, baan of woning te vinden. Ook mensen met een beperking of ziekte hebben recht op een duurzame baan en eerlijke betaling. Wij staan voor duidelijke wetgeving en daadkrachtige handhaving zodat discriminatie op de arbeids- en woningmarkt aangepakt wordt.

Draagvlak en begrip kweek je door goede voorlichting en door het gesprek aan te gaan. Dit kan vanuit het Rijk (denk aan de grote landelijke campagne om depressiviteit uit het verborgene naar voren te halen) en dit kan op gemeentelijk niveau. Door bijeenkomsten te houden waar ook ervaringsdeskundigen bij aanwezig zijn, door in gesprek te gaan met buurtgenoten, en uitleg te geven over dit onbegrepen en verward gedrag. Bovenal is het belangrijk dat mensen elkaar leren kennen zodat men met elkaar leert leven in plaats tegenover elkaar. Dat kan met behulp van buurtbemiddelaars, de wijkagent of de sociaal psychiatrisch verpleegkundige. En dit begrip en draagvlak kweken doen we ook op scholen. Zodat kinderen en jongeren al vroeg vertrouwd raken met psychische ziekten. Zoals ze nu ook al bekend zijn met lichamelijke ziekten. Het kan ons immers allemaal overkomen.

Ouderen

De overheid garandeert een divers zorgaanbod. De zorg blijft regionaal toegankelijk en lokale ziekenhuizen blijven overeind. De regie bij regionale overheden leggen kan hierbij helpen. Gemeenten krijgen genoeg middelen om goede zorg aan te bieden die ook alleen dáárvoor aangewend worden. De kosten, uitvoering en kwaliteit van de zorg zijn in elke gemeente gelijk. Dit geldt ook voor de aanpassingen die nodig zijn om een huis geschikt te maken i.v.m. ouderendom of ziekte van de bewoner.

Andere manieren van wonen en huisvesting wordt gestimuleerd. Lege bedrijfspanden worden herontwikkeld en krijgen een andere functie, zoals wonen. Op voormalige boerderijen kan worden geëxperimenteerd met woonvormen en -gemeenschappen, waarbij jong en oud samenleven en elkaar kunnen ondersteunen. Ook worden meergeneratiewoningen, zoals een kangoeroewoning en een mantelzorgwoning, fiscaal gestimuleerd en er komt meer ruimte om woningen, voor andere samenlevingsvormen waarbij mensen voor elkaar zorgen, te ontwikkelen.

Ouderen kunnen kiezen tussen kwalitatieve en voldoende zorg thuis of een plek in een verpleeghuis. Er is voldoende wijkverpleging beschikbaar. De lange wachtlijsten voor verpleeghuizen worden teruggedrongen door meer en kleinschaligere verpleeghuizen te bouwen, en er zijn voldoende faciliteiten voor dagbesteding voor thuiswonende ouderen.
En ook identiteitsgebonden zorgcentra worden ondersteund, zoals met LHBTIQA+-oudere personen en ouderen met verschillende culturele achtergronden.

Door de afbouw van klinische bedden in de GGZ, ook voor de doelgroep gerontopsychiatrie, wordt er sneller naar opvang in de ouderenzorg gekeken. Alleen is die ontwikkeling gaande zonder een coherent beleid. Dit bemoeilijkt de ontwikkeling van gerontopsychiatrie binnen de ouderenzorg. Kleinschalige woonvormen voor doelgroepen zoals gerontopsychiatrie zijn nodig. Dit vraagt een samenwerking tussen de verpleeghuissector en de GGZ. En voor ouderen die nog thuis wonen en chronische psychiatrische problemen hebben in combinatie met complexe lichamelijke problematiek, is de samenwerking tussen de huisarts, ouderenarts geneeskunde en sociaalpsychiatrisch verpleegkundige ook erg belangrijk.

Arbeidsparticipatie en eigen kracht

De Partij voor de Dieren wil een samenleving waarin mensen zo veel mogelijk zelf invulling kunnen geven aan hoe ze hun leven inrichten en hun inkomen verdienen. We willen af van de doorgeslagen prestatiedruk die zorgt voor continue stress en gejaagdheid. Gelijk werk betekent voor ons ook gelijke beloning, geen uitzondering voor sekse, gender, etniciteit en beperking. Door een kortere werkweek en een betere verdeling van het beschikbare werk is er ook meer tijd voor elkaar.

Werkzoekenden kunnen gemakkelijker vrijwilligerswerk en stages doen, ook als dat werk niet direct op terugkeer naar de arbeidsmarkt is gericht. Deze activiteiten tellen voortaan mee als zinvolle voorbereiding op terugkeer naar de arbeidsmarkt. Ook gaan we onderzoeken hoe mensen door het verrichten van maatschappelijk zinvol geachte activiteiten een ‘sociaal kapitaal’ kunnen opbouwen, dat ingezet kan worden voor het bekostigen van basisbehoeften als eten en woonruimte. De Partij voor de Dieren wil de zekerheid en autonomie van mensen en de onderhandelingsmacht van werknemers vergroten door te kijken naar het invoeren van een onvoorwaardelijk basisinkomen. Het uitgangspunt is dat iedereen voldoende inkomen heeft om goed van te kunnen leven.

De versobering van het vangnet voor jongeren met een beperking (de Wajong) wordt teruggedraaid. Zij krijgen kansen op een zinvolle en nuttige dagbesteding met doorgroeimogelijkheden naar een passende betaalde baan.

Er komt een nieuw type sociale werkvoorziening. Daarmee kunnen alle mensen met een arbeidsbeperking dicht bij huis betekenisvol werk doen, met voldoende begeleiding en voor een fatsoenlijk loon.

Tenslotte krijgt de arbeidsinspectie een breder mandaat om zelf onderzoek te doen en gaat ook handhaven op de naleving van cao-lonen, discriminatie en sociale veiligheid, waarbij de laatste 2 van groot belang zijn voor mensen met een psychische aandoening of verslaving. De arbeidsinspectie gaat daarbij ook nadrukkelijk in gesprek met medewerkers.

Wij zijn voorstander van een breed plan van aanpak voor psychische gezondheid waarbij zowel ervaringsdeskundigen, zorgprofessionals als ook het onderwijs, werkgevers- en werknemersorganisaties gaan samenwerken. Ook willen we een integrale aanpak voor suïcidepreventie (in onderwijs, zorg en op sociaaleconomisch terrein) om het aantal zelfdodingen terug te dringen. Het zorgsysteem moet beter worden ingericht op hulp en begeleiding om de eigen gezondheid te versterken.
Juist initiatieven gericht op zelfherstel, lotgenotencontact, voor jongeren zoals @ease, kunnen hier, heel laagdrempelig, bij helpen. De overheid erkent, stimuleert en ondersteund dit soort initiatieven op lokaal niveau.

Beloftemonitor

Aan de politieke partijen is gevraagd om zichzelf een score te geven over de verwachte inzet voor de geestelijke gezondheidszorg in de aankomende regeringsperiode. Dit is vertaald naar een beloftemonitor die per politieke partij een visueel beeld geeft in welke mate de politieke partijen van zichzelf vinden dat ze gericht en gefocust zijn op de ggz. In de onderstaande diagrammen ziet u welke scores de politieke partijen zichzelf hebben gegeven op relevante thema’s in de geestelijke gezondheidszorg.
Let op! De beloftemonitor is gebaseerd op een zelfscoresysteem en dus GEEN weergave van de praktijkinzet van de politieke partijen in de afgelopen jaren!

Vergroot lettertype
Scroll naar top