Home Ambulantisering

De VVD over ambulantisering

Wij zien meerwaarde in ambulante behandeling, omdat impactvolle en dure intramurale zorg hierdoor minder vaak ingezet zal hoeven worden. Het leidt uiteindelijk tot een ggz die in samenwerking met cliënten en andere domeinen meer en beter bijdraagt aan de kwaliteit van leven en de sociale inclusie van mensen met (ernstige) mentale problemen.

Gemeenten en zorgverzekeraars hebben een zorgplicht, ook over ggz-patiënten. De VVD ziet dat wijkteams en modellen als ACT/FACT een positieve bijdrage leveren aan vroegtijdige ambulante zorg. De VVD wil gemeenten dan ook stimuleren hier meer gebruik van te maken en te investeren in de juiste expertise in de wijkteams. De regiobeelden moeten daarnaast de basis vormen voor het inbedden van goede regionale samenwerking. Pas als de opgave bekend is, kan gekeken naar de juiste oplossing. Wat de VVD betreft heeft elke speler hierin een rol, van verzekeraar tot aan patiënt.

Onze ideeën over de verdere wijziging van de Wet verplichte ggz is dat het beperken van iemands vrijheden altijd onder strikte voorwaarden en uiterste zorgvuldigheid moet gebeuren. Daar mag niet lichtzinnig mee omgegaan worden en mag alleen als er geen andere mogelijkheden zijn. Dat moet altijd het uitgangspunt zijn en ook blijven.

Het CDA over Ambulantisering

De beddenreductie is te snel gegaan ten opzichte van de opbouw van ambulante zorg en ondersteuning, die gaat nog steeds te langzaam. Hier heeft het CDA ook een motie over ingediend die is aangenomen. Diverse zaken in de ggz komen moeilijk van de grond zoals doorzettingsmacht, samenwerking bij complexe zorgvragen, opbouw ambulante zorg en specialistische complexe zorg en zorg bij mensen met verward gedrag. Verdere afbouw van klinische bedden ggz (dus intramurale zorg) is wat het CDA betreft onwenselijk zolang bovenstaande problemen nog niet zijn opgelost.

Wat het CDA betreft moeten er concrete werkafspraken worden gemaakt in de sector en met de lokale overheden zodat er voldoende ambulante zorg aan huis wordt geboden.  Het ministerie moet dit bevorderen.

Voor het werkveld moet de Wet verplichte GGZ praktische goed uitvoerbaar zijn maar bij de wetsbehandeling staat de rechtsbescherming van de cliënt zoveel als mogelijk centraal.

De D66 over Ambulantisering

Zorg dichtbij huis, in de eigen omgeving is aantoonbaar beter. Dus opbouw van ambulante zorg en ondersteuning, ondersteunt D66 van harte. Ook als dit wordt ondersteunt door een eigen woning. Wél is het zo dat er een minimale beschikbaarheid moet zijn voor bedden in de ggz, er zijn immers uiterste gevallen. Vooral bij spoed is het goed dat er voldoende bedden beschikbaar zijn.
Om de capaciteit van de bedden in de GGZ zo optimaal mogelijk te gebruiken, moet er een beddenbeschikbaarheidssysteem worden ontwikkeld waarbij inzichtelijk wordt gemaakt waar opnamecapaciteit is.

Het is een samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars. Bij de gemeente hebben we aangegeven meer te willen investeren in de preventieve kant van de zorg alsmede de maatschappelijke ondersteuning die zij bieden.

Om de regionale samenwerking te verbeteren wil D66 dat verzekeraars met zorgaanbieders, patiëntenorganisaties en gemeenten deze sturing vastleggen in een meerjarig Regionaal Zorgplan. Dit plan bevat de randvoorwaarden en concrete plannen over de benodigde zorg in een regio, en door wie, waar en hoe die zorg moet worden geleverd. Zo kunnen de juiste keuzes worden gemaakt om de zorg toekomstbestendig te maken, met expliciete afspraken over het voorkomen, verplaatsen en vervangen van zorg. Ook het sociaal domein moet aanhaken bij deze Regionale Zorgplannen. Schotten die samenwerking tegenhouden, zoals in de financiering, moeten worden weggenomen.

Wij willen dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de regionale zorgplannen vooraf toetst aan de zorgplicht en toezicht houdt op de uitvoering. Op die manier willen we zorgen dat overal in Nederland goede zorg toegankelijk is in alle regio’s, ook als zij dunbevolkt zijn. De regio Rotterdam vraagt immers een ander zorgaanbod dan in de regio Drenthe.

De wet verplichte ggz kent een zeer stroeve start. De vroegere wet BPOZ kende ook veel nadelen, dus het is goed dat deze is vervangen. Voorop staat dat er een GOEDE afweging is tussen administratieve lasten voor de aanbieder, gemeente etc. en de rechten van de patiënt. Men moet niet doorslaan in de administratie, maar patiënten moeten wel voldoende rechten hebben.

D66 vindt, wat betreft de wet verplichte ggz dat:

  • Reparaties moeten z.s.m. worden doorgevoerd en blijvend worden doorgevoerd in overleg met degene die erover gaat
  • Het is zorgelijk dat de randvoorwaarden van invoering nog onvoldoende waren geregeld (en nog steeds uitdagingen kennen) zoals de ICT die hiermee gepaard gaat.

GroenLinks over Ambulantisering

Het uitgangspunt om zorg dichtbij patiënten te organiseren is mooi, maar de resultaten van de ambulantisering zijn buitengewoon teleurstellend. Uit rapporten blijkt dat het aantal bedden snel is afgebouwd, maar onvoldoende ambulante zorg hiervoor in de plaats terugkwam. GroenLinks wil de zorg via publieke zorgfondsen organiseren waardoor zorgverleners per regio bepalen hoe de zorg moet worden ingericht. Dit geeft een impuls om zorg dichtbij huis te organiseren en meer te investeren in ambulantisering. Daarnaast moeten er meer crisisbedden beschikbaar worden gesteld voor mensen waarbij de nood hoog is. Het is onacceptabel voor de patiënt en samenleving dat de crisisdienst niet aan de vraag kan voldoen.

Er zijn een aantal fundamentele zaken niet goed verlopen bij de invoering van de Wet Verplichte GGZ. Terwijl de administratielast al torenhoog is binnen de geestelijke gezondheidszorg heeft de Wvggz de druk verder doen laten stijgen. Dit is inderdaad een groot probleem en noopte de staatssecretaris om met een spoedherstelwet te komen. Deze is recent naar de Kamer gestuurd en de GroenLinks-fractie zal deze kritisch bestuderen voordat deze in stemming wordt gebracht. De toegenomen administratielast is een druppel op de gloeiende plaat. Door de invoering van marktwerking in de zorg is de administratielast en zijn de verantwoordingseisen exponentieel toegenomen. Doordat zorgaanbieders jaarlijks apart moeten onderhandelen met alle zorgverzekeraars krijgen zij te maken met veel, soms met elkaar conflicterende, verantwoordingseisen. Hierdoor besteden zorgverleners tot wel 40% van de schaarse tijd aan administratie. Zorgverzekeraars zeggen deze informatie nodig te hebben om zich ‘concurrentieel’ te kunnen opstellen naar andere zorgverzekeraars. Ondertussen vertrekken zorgverleners gedemotiveerd uit de zorg of beginnen voor zichzelf om meer eigen regie op hun werk te hebben. Dit vergroot de personeelstekorten en maakt samenwerking, bijvoorbeeld in de GGZ lastiger. Daarom willen wij dat de twee grootste zorgfondsen gezamenlijk één set afspraken met zorgpartijen in een regio maken over de kwaliteit en prijs van eerstelijnszorg.

De SP over Ambulantisering

De SP is van mening dat het aantal bedden in instellingen niet verder afgebouwd mag worden in ieder geval totdat de opbouw van ambulante voorzieningen aantoonbaar op orde is. Op dit moment zien we dat de beddenafbouw in de intramurale zorg veel harder gaat dan de opbouw van ambulante zorg en ondersteuning, dit is een zeer onwenselijke ontwikkeling. Het begeleiden van mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen via ACT/FACT teams moet geïntensiveerd om het leven van mensen structuur en toekomst te geven.

De PvdA over Ambulantisering

Wanneer het kan willen mensen graag dichtbij huis geholpen worden. Als dit niet meer kan moet er dichtbij huis een instelling zijn die de zorg over kan nemen. De PvdA zet daarom in op voldoende intramurale en ambulante capaciteit. Daarvoor worden zowel lokaal als regionaal voldoende zorgmedewerkers aangetrokken. We investeren in mensen en kennis om behandelingen goed te kunnen vormgeven. In plaats van concurrentie willen wij dat samenwerking tussen zorginstellingen centraal komt te staan. Zo kunnen mensen en kennis sneller en beter uitgewisseld worden.

Wanneer mensen worden behandeld willen ze dat zo liefst mogelijk dichtbij huis. Daarom zet de PvdA in op de uitbreiding van wijkverpleging en wijkteams. Zo kan zorg van voldoende kwaliteit worden geleverd. De nationale overheid moet bovendien een sterkere rol krijgen in het zorglandschap zodat zij sneller kan ingrijpen wanneer er dingen niet goed gaan. Dit betekent ook dat vanuit de overheid meer sturing komt op zorgverzekeraars zodat in elke regio voldoende zorg aanwezig is. Door de concurrentie in het stelsel te verminderen komt er meer plaats voor samenwerking. We willen de Wet verplichte ggz snel evalueren om te kijken wat beter kan dit in samenspraak met de beroepsgroep en patiënten. Onnodige dwangmaatregelen moeten worden voorkomen.

De ChristenUnie over Ambulantisering

Het is goed als mensen zo thuis mogelijk zorg en ondersteuning krijgen, maar voor ernstige problematiek en crises moeten voldoende opnameplekken beschikbaar zijn. Meer kleinschalige collectieve woonvormen realiseren kan eraan bijdragen dat ggz-patiënten in beeld blijven bij hun omgeving en zorgverleners en ambulante zorg en ondersteuning voldoende is om een stabiliteit te behouden.

We investeren in geestelijke gezondheidszorg in de wijk en in de verbetering van de samenwerking tussen de ggz, huisartsen, maatschappelijke opvang, woningcorporaties, schuldhulpverlening en andere zorg- en hulpverleners en herstelgroepen. Partijen in de regio maken afspraken om de beste triage en toegang tot zorg te bieden. Wettelijk wordt geregeld dat er iedere 5 tot 10 jaar een regiovisie wordt vastgesteld door alle partijen die betrokken zijn bij de verschillende typen zorgaanbod. Dat gaat in elk geval om zorg waarbij sprake is van domein-overstijgende zorg (kwetsbare ouderen, ggz, chronische ketenzorg) en de acute zorg. Preventiedoelstellingen maken deel uit van deze regiovisie.

De verdere wijziging van de Wet verplichte ggz kan op draagvlak in het veld rekenen en neemt knelpunten in procedures en administratie weg. Daarmee wordt de uitvoerbaarheid van de wet vergroot.

De Partij voor de Dieren over Ambulantisering

Er zijn nu én te weinig zorgverleners én de afbouw van de intramurale bedden gaat niet gelijk op met de beschikbaarheid van (beschermd) woningen met zorg. Ook past het huidige aanbod nog niet goed genoeg op datgene wat er nodig is. Door meer tijd te nemen voor deze opbouw in de wijk en de afbouw te temporiseren creëer je een zorgvuldiger traject naar alle betrokkenen toe.

Het sociaal werk moet ook beter gefaciliteerd en meer geïntegreerd worden in het zorgaanbod. Ook hier geldt; waar sociaal werkers psychosociale klachten op tijd herkennen, kunnen ergere problemen voorkomen worden.

Tot het zover is, zorgen we ook voor voldoende overbruggingszorg en meer (tijdelijke) opnameplaatsen en crisisbedden. De GGZ is onderdeel van de zorg in elke buurt. Ook moet er meer aandacht voor mantelzorgers komen. Mantelzorgers worden (financieel) ondersteund en er komt extra aandacht voor het tegengaan van overbelasting van mantelzorgers. Bij de toegang en evaluatie van de zorg wordt meer rekening met mantelzorgers gehouden.

De overheid garandeert een divers zorgaanbod. Zorg vanuit bv. de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz) wordt bij voorkeur kleinschalig aangeboden en is in elke gemeente gelijkwaardig: welke zorg je kan ontvangen, hangt niet af van de gemeente waarin je woont.

De regie bij regionale overheden leggen kan hierbij helpen. De verkapte bezuinigingsoperatie wordt teruggedraaid. Gemeenten krijgen genoeg middelen om goede zorg aan te bieden die ook alleen dáárvoor aangewend worden. De kosten, uitvoering en kwaliteit zijn in elke gemeente gelijk. In de loop van de tijd zijn overheidstaken steeds meer op afstand gezet. Er wordt veel op regionaal niveau samengewerkt waardoor de democratische controle en besluitvorming door gekozen volks-vertegenwoordigers aan zeggenschap inboet. De Wet Gemeenschappelijke Regelingen wordt vernieuwd zodat het recht van amendement en het budgetrecht voor volksvertegenwoordigers beter verankerd wordt en daarmee een verplicht onderdeel van samenwerkingen tussen gemeenten, provincies. Gemeenteraden en Provinciale Staten sturen actiever op resultaat bij regionale samenwerkingsverbanden waarin de mening van de burger/ patiënt/ cliënt ook wordt meegewogen.

De SGP over Ambulantisering

De beddenreductie in de ggz moet gelijk opgaan met de opbouw van ambulante zorg en ondersteuning. De regering moet druk uitoefenen op gemeenten en zorgverzekeraars om hierover in regionaal verband goede afspraken te maken.

De SGP heeft bij de invoering van de dwangzorgwetten (Wvd en Wvggz) vraagtekens geplaatst bij de toegenomen administratieve lastendruk. Wat de SGP betreft, worden deze wetten aangepast door een aantal administratieve handelingen in de wet te vereenvoudigen of te schrappen. Tegelijkertijd: door dwangzorg te voorkomen, voorkom je ook administratieve lastendruk.

De Piraten Partij over Ambulantisering

Zodra de ambulante zorg leidt tot een overschot aan bedden is reductie aan de orde. Niet eerder. Meer zorg aan huis kan verdere achteruitgang in de psychische problemen voorkomen.

Er is degelijk vergelijkend kosten en effectiviteitsonderzoek nodig, maar ook eenvoudigweg bewustwording. Door de verzekeraars kennis te laten maken met de praktijksituatie (‘stages’), kunnen zij ervan overtuigd raken dat zorg aan huis vaak goedkoper en doeltreffender is dan in klinische setting.

Snelle juridische toetsing van gedwongen behandeling blijft essentieel. De autonomie van de patiënt dient voorop te staan.

JONG over Ambulantisering

Iedereen moet de noodzakelijke zorg krijgen. Dus zorg op maat en meer kijken naar het individu.

De zorg moet minder geprivatiseerd worden. Meer centraal en nationaal gestuurd worden.

In Nederland hebben we gezondheidsrechten; dat moet gehandhaafd blijven. De keuze van opname moet bij de cliënt/persoon in kwestie blijven. Mits echt noodzakelijk moet er een vooraf vastgestelde behandeltermijn aan worden gekoppeld; niet langer dan noodzakelijk. De WvGGz is een vooruitgang; de mogelijkheden zijn breder dan enkel een verplichte opname (zoals het in de BOPZ was).

Code Oranje over Ambulantisering

De beddenreductie is het gevolg van een financiële redenering, niet van een inhoudelijke visie op zorg. Doordat ook nog eens de ambulante zorg en ondersteuning onvoldoende op orde is, plukken we de wrange vruchten.
Voor Code Oranje staat de zorg voor de mens centraal, nooit het stelsel, het systeem of de regels. Dit geldt ook voor de verzekeraars-markt met vaak averechtse financiële prikkels. We kunnen de door ons bepleite omkering niet voldoende benadrukken: de organisatie van de gezondheidszorg moet dienstbaar zijn aan de belangen van onze inwoners. Daarnaast zijn de professionaliteit van de medewerkers (inclusief artsen) in de gezondheidszorg belangrijk

Bij1 over Ambulantisering

Je hebt het recht om de regie over je eigen leven te behouden, ook als je psychisch kwetsbaar bent. BIJ1 staat voor een inclusieve samenleving, waarin iedereen deel uit kan maken van de maatschappij, in plaats van dat ze uit de samenleving worden gehaald en nooit leren hieraan mee te doen. Om dit te kunnen garanderen, moet de zorg in de wijk goed geregeld zijn. Dit doen we door huisartsenpraktijken om te bouwen naar zorgcentra in de wijk waar zorg samenkomt en je terecht kunt met iedere zorg- of ondersteuningsvraag.

Ook moeten we garanderen dat mensen in instellingen meer zelfbeschikking krijgen en de juiste zorg krijgen om terug te keren in de maatschappij; maatregelen die vrijheid beperken, zoals bijvoorbeeld isoleercellen, worden verboden.

Volt over Ambulantisering

Residentiële zorg hoeft niet altijd in klinieken geboden te worden; dus onderzoek naar en implementatie van goedkopere alternatieven: zorghotels/pensions waar op ambulante basis specialistische zorg geboden kan worden. Ambulantisering is een goed idee maar sommige patiënten vallen tussen wal en schip: bedden voor kortdurende time-out opnames en BOR (bed op recept) zijn moeilijk te regelen, waardoor er veel druk op de crisisdienst komt, die ook al extra druk door nieuwe WVGGZ (zie hieronder) en telkens weer de bijkomende administratieve last ervaren.

Idem voor jongeren; veel meer ondersteuning voor particulieren die pleeggezin zorg willen bieden, zodat de schrijnende nood aan pleegzorg gelenigd kan worden. Afstemming met thuiszorg en mantelzorg bij ggz-problemen.

ACT/FACT zijn heel aardig geïmplementeerd in de volwassenen ggz, maar nog onvoldoende in de jeugdzorg. Er moeten van overheidswege duidelijke richtlijnen komen waar verzekeraars en gemeenten zich aan moeten houden.

Er bestaan sterke verschillen tussen de door VWS beoogde doelstellingen van de Wet en de werkelijkheid in de praktijk. Zo wordt die praktijk vaak geconfronteerd met ‘taalzwakke’ personen en zo heeft de professional te kampen met te veel onnodige administratie. De wet zorgt voor nog meer juridisering van de psychiatrische praktijk dan voorheen .
Volt vindt dat de WvGGZ aangepast moet worden in samenspraak met degenen die nu de hinderlijke ervaringen ermee hebben moeten opdoen.

Vergroot lettertype
Scroll naar top