Home Arbeidsparticipatie en eigen kracht

De VVD over arbeidsparticipatie en eigen kracht

De VVD wil dat iedereen in Nederland zoveel mogelijk kan meedoen in de maatschappij, dus ook mensen met een psychische aandoening of verslaving. Meedoen in de maatschappij betekent veelal ook het hebben van een (betaalde) baan. De VVD zet zich in voor betere begeleiding naar werk. Het hebben van een aandoening of ziekte hoeft niet te betekenen dat iemand niet meer kan werken. De VVD maakt zich dan ook hard voor begeleiding en ondersteuning op de werkvloer voor mensen met een arbeidsbeperking.

De VVD vindt dat lotgenotencontactgroepen en zelfregiecentra een meerwaarde hebben naast reguliere zorg voor mensen met psychische klachten. Ze worden als laagdrempelige, lokale en regionale voorzieningen beschouwd en kunnen een rol spelen in het voorkomen van terugval. Op dit moment wordt onderzocht in hoeverre lotgenotencontact toepasbaar kan zijn in Nederland, door de overheid ondersteund kan worden.

De VVD vindt zorg bij de burger belangrijk. Een deel van de ggz-zorg wordt sinds de decentralisatie door gemeenten georganiseerd. Daardoor kan zorg beter in samenhang plaatsvinden, bijvoorbeeld met hulp bij werk, inkomen en schulden. Dat helpt om behoeften en problemen die impact hebben op de mentale gezondheid van mensen eerder en beter in beeld te brengen en daarmee (zwaardere) zorg te kunnen voorkomen. Daardoor kunnen mensen met psychische aandoeningen of mentale klachten zoveel mogelijk blijven deelnemen aan de maatschappij.

Het CDA over arbeidsparticipatie en eigen kracht

Aan de onderkant van de arbeidsmarkt zien we ook nog schrijnende voorbeelden van uitbuiting, werkende armen en een te grote groep mensen, die om uiteenlopende redenen helemaal niet meer aan de slag komt. Deze ongelijkheid leidt tot onzekerheid en ondergraaft de solidariteit in onze samenleving. Het is dus hoog tijd voor groot onderhoud aan de arbeidsmarkt. We moeten voorbij de gevestigde belangen kijken naar eerlijke en stabiele arbeidsverhoudingen voor de toekomst. We verkleinen ongerechtvaardigde verschillen tussen contractvormen en investeren in de flexibiliteit en weerbaarheid van alle werkenden. Die weerbaarheid vraagt ook om investeringen in kennis, vakmanschap en vaardigheden in het werk dat we doen. Wie voldoende is toegerust, vindt makkelijker een baan en loopt minder risico bij het wisselen van baan. Die weerbaarheid is belangrijk nu bijna niemand meer veertig jaar voor dezelfde baas werkt of zijn hele loopbaan genoeg heeft aan de kennis die je ooit op school hebt opgedaan. In een nieuw stelsel voor leerrechten krijgt iedere werknemer de mogelijkheid om zichzelf steeds weer te blijven ontwikkelen.

Wij stimuleren de samenwerking van gemeenten, UWV, uitzendbureaus en onderwijsinstellingen voor een betere begeleiding van werkzoekenden op de regionale arbeidsmarkt. Een breed aanbod van stageplekken, regulier werk, tijdelijk werk, een basisbaan of scholing zorgt ervoor dat iedereen mee kan doen. De link met de gemeentelijke hulp voor armoede en schulden ligt voor de hand.

Het CDA vindt lotgenotencontactgroepen en zelfregiecentra belangrijk en is een partij die dit zeker wil initiëren maar vindt dat dit soort initiatieven uit het maatschappelijk middenveld moeten komen.

Om voorzieningen landelijk en dichtbij de burger beschikbaar te maken wil het CDA samen met het veld een nieuwe zorgkaart maken voor heel Nederland, waarmee we de zorg anders en beter organiseren. Op regionaal niveau moet over de grenzen van de zorgdomeinen heen worden samengewerkt, om te zorgen dat het zorgaanbod in iedere regio past bij de zorgvraag in die regio. Die samenwerking komt niet vanzelf tot stand en vraagt om duidelijke regie en sturing in de regio.

De D66 over arbeidsparticipatie en eigen kracht

D66 wil de Participatiewet aanpassen zodat gemeenten de ruimte krijgen maatwerk te bieden bij de begeleiding van mensen in een uitkeringssituatie. Een gemeente moet de mogelijkheid hebben om de helpende hand te bieden. Tegelijkertijd blijft de mogelijkheid om verplichtingen op te leggen ook bestaan.

Niet iedereen kan in een reguliere baan aan de slag. Voor mensen met een psychische aandoening of een verslaving kan werk wel een belangrijke bijdrage leveren aan sociale contacten, ontwikkeling en het feit dat je zelf je inkomen verdient. Daarom werken we toe naar een recht op werk. We zorgen voor basisbanen voor mensen die niet in een reguliere baan aan de slag kunnen. Wij zetten in op meer beschutte werkplekken, goede structurele beschikbaarheid van detacheringsfaciliteiten, een no-riskpolis, loonkostensubsidie en jobcoaching. Ook ondersteunen we de versterking van de sociale werkvoorziening als zelfstandige werkplaats voor de specifieke groep mensen die niet binnen de geboden structuur aan een andere werkplek geholpen kan worden.

Het versterken van het sociale domein zal bijdragen om mensen te helpen een baan te vinden die bij hun past en te ondersteunen in het dagelijks leven.

D66 vindt dat er geen blauwdruk moet komen vanuit de landelijke overheid om lotgenotencontactgroepen vorm te geven. De kracht is vaak dat deze in de eigen omgeving ontstaan al dan niet vanuit bijvoorbeeld patiëntenverenigingen of lokale organisaties. Wel moet worden overwogen om financiële helpende hand toe te rijken vanuit de rijksoverheid en patiëntenverenigingen. D66 heeft daarom onlangs het kabinet opgedragen te onderzoeken in hoeverre er geleerd kan worden vanuit het Duitse-model waarbij lotgenotencontactgroepen beter georganiseerd zijn. Dit wil D66 ook in komende regeerperiode serieus onderzoeken.

D66 wil investeren in het publieke domein, lokaal. In deze GGZ Kieswijzer hebben we bij de diverse thema’s voorstellen gedaan hoe we dit willen aanpakken. Omdat de landelijke overheid toch vaak als ‘ver weg’ wordt ervaren is het goed om de steun dichtbij huis beter te ontwikkelen. Denk hierbij aan herstelacademies, lotgenotencontactgroepen, zorgteam op school, professionele wijkteams (vooral ook in de jeugdzorg) en ondersteuning naar gericht werk vanuit de gemeente.

GroenLinks over arbeidsparticipatie en eigen kracht

Werk is niet alleen van belang voor je bestaanszekerheid, maar ook voor je ontwikkeling. Iedereen zonder werk krijgt persoonlijke begeleiding als dat nodig is. Vanuit vertrouwen, zonder schaamte en zonder de algemene verplichting van de tegenprestatie. We verruimen de mogelijkheden voor mensen in de bijstand om zich te laten omscholen voor sectoren met (toekomstige) personeelstekorten. Waar nodig verbinden we werkbegeleiding aan zorg of hulp bij schulden. Binnen een begeleidingstraject mogen mensen met een

bijstandsuitkering tot 90 procent van het minimumloon bijverdienen om toe te werken naar een volledige baan. Voor voormalig dak- en thuislozen en ex-verslaafden stellen we beurzen beschikbaar om een opleiding te volgen tot ervaringsdeskundige.

De SP over arbeidsparticipatie en eigen kracht

In de eerste plaats is het van groot belang dat het stigma op psychische aandoeningen verdwijnt. Iedereen in ons land moet volwaardig mee kunnen doen, in het reguliere bedrijfsleven, bij de overheid of op een beschutte werkplaats. Werkgevers moeten aangespoord en ondersteund worden om mensen met een psychische aandoening aan te nemen en te behouden.

De SP stond aan de basis van de actiegroep ‘Armoede werkt niet!’ waar duizenden mensen zich bij aansloten. Wij willen niet dat mensen met een (psychische) arbeidsbeperking met minder inkomen achter de geraniums worden gezet. De sluiting van de Sociale Werkvoorziening bij de invoering van de Participatiewet in 2015 heeft er niet toe geleid dat mensen met een arbeidsbeperking een baan konden vinden op de reguliere arbeidsmarkt. 

De SP staat voor een inclusieve samenleving met gelijke kansen op eerlijk werk en een eerlijk inkomen voor mensen zonder en met beperking. Goede opleidingen, goede begeleiding, echte banen en een fatsoenlijk inkomen voor mensen met een psychische aandoening.

De PvdA over arbeidsparticipatie en eigen kracht

Het hebben van een baan is zoveel meer dan alleen een inkomen. Het is plezier met je collega’s, het is het gevoel van waarde te zijn en een bijdrage te kunnen en mogen leveren. Wij gunnen daarom iedereen die dat kan en wil de waardigheid van een baan. Daarom investeren we in 100.000 basisbanen. Dat zijn volwaardige banen waarmee mensen die nu langs de kant staan aan de slag kunnen. We willen de sociale werkplekken open houden zodat mensen met een arbeidsbeperking extra hulp krijgen om aan het werk te kunnen. Met een verbeterde wajong krijgen jongeren een fatsoenlijk inkomen en een recht op begeleiding naar aangepast werk, al dan niet aangevuld met een uitkering.

Het blijkt telkens weer dat lotgenotencontact de eenzaamheid die mensen soms voelen kan verminderen. Daarom moet het makkelijker worden voor mensen om in contact te komen met iemand in een vergelijkbare situatie. Landelijk zal er daarom meer aandacht moeten komen om dit te organiseren. Het helpt daarbij als voorzieningen dichtbij huis beschikbaar zijn. Door de drempel te verlagen komen mensen sneller met elkaar in contact zonder uit een vertrouwde omgeving te moeten verhuizen.

Aan zorgvoorzieningen heb je niet veel als ze aan de andere kant van het land zijn. Wij willen zorg zo dicht mogelijk bij huis organiseren. Wij willen een gezondheidscentrum dichtbij mensen waar huisarts, fysio, wijkverpleging en thuiszorg met elkaar samenwerken om de beste zorg te bieden. Daar moet ook plaats zijn voor zorgaanbieders die ondersteuning bieden bij problemen in de geestelijke gezondheid.

De ChristenUnie over arbeidsparticipatie en eigen kracht

Er moet meer werkgelegenheid worden gecreëerd voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Als het kan bij reguliere werkgevers en anders bij sociale ondernemingen. Deze laatste vervullen als inspiratiebron en aanjagers van een inclusieve arbeidsmarkt een belangrijke rol. Er is meer inzet van de overheid nodig om mensen die langdurig aan de kant staan duurzaam aan het werk te krijgen. Dit vraagt maatwerk en goede begeleiding. Wij onderstrepen het belang van jobcoaching op de werkvloer: iemand die naast de werknemer staat, de dagelijkse vraagbaak is en ondersteuning biedt.

Er komt een goede regeling die werkgevers ontzorgt bij het in dienst nemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Met deze begeleidingsbonus kunnen intensieve begeleiding en eventueel productieverlies worden gecompenseerd.

We investeren 100 miljoen in een fonds voor de samenleving, waarmee we een impuls geven aan de ondersteuning van sociale verbanden en onze samenleving. Het fonds wordt toegevoegd aan de middelen voor gemeenten en kan lokaal naar eigen inzicht worden ingezet, zonder de hokjes van verschillende wetten, zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Participatiewet of Jeugdwet. Het fonds kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor het ondersteunen van burgerinitiatieven, burgercoöperaties, ontmoetingsplekken, mantelzorgondersteuning, vrijwilligers(loketten) of andere initiatieven die de verbondenheid en zorgzaamheid in de samenleving versterken.

Gemeenten ontvangen meer middelen om een basisaanbod van activiteiten te organiseren in buurt- en dorpshuizen, gericht op verbinding en ontmoeting tussen alle wijkbewoners, en ook aan aanbod voor ouderen, ggz in de wijk en andere zorgvragers.

De Partij voor de Dieren over arbeidsparticipatie en eigen kracht

De Partij voor de Dieren wil een samenleving waarin mensen zo veel mogelijk zelf invulling kunnen geven aan hoe ze hun leven inrichten en hun inkomen verdienen. We willen af van de doorgeslagen prestatiedruk die zorgt voor continue stress en gejaagdheid. Gelijk werk betekent voor ons ook gelijke beloning, geen uitzondering voor sekse, gender, etniciteit en beperking. Door een kortere werkweek en een betere verdeling van het beschikbare werk is er ook meer tijd voor elkaar.

Werkzoekenden kunnen gemakkelijker vrijwilligerswerk en stages doen, ook als dat werk niet direct op terugkeer naar de arbeidsmarkt is gericht. Deze activiteiten tellen voortaan mee als zinvolle voorbereiding op terugkeer naar de arbeidsmarkt. Ook gaan we onderzoeken hoe mensen door het verrichten van maatschappelijk zinvol geachte activiteiten een ‘sociaal kapitaal’ kunnen opbouwen, dat ingezet kan worden voor het bekostigen van basisbehoeften als eten en woonruimte. De Partij voor de Dieren wil de zekerheid en autonomie van mensen en de onderhandelingsmacht van werknemers vergroten door te kijken naar het invoeren van een onvoorwaardelijk basisinkomen. Het uitgangspunt is dat iedereen voldoende inkomen heeft om goed van te kunnen leven.

De versobering van het vangnet voor jongeren met een beperking (de Wajong) wordt teruggedraaid. Zij krijgen kansen op een zinvolle en nuttige dagbesteding met doorgroeimogelijkheden naar een passende betaalde baan.

Er komt een nieuw type sociale werkvoorziening. Daarmee kunnen alle mensen met een arbeidsbeperking dicht bij huis betekenisvol werk doen, met voldoende begeleiding en voor een fatsoenlijk loon.

Tenslotte krijgt de arbeidsinspectie een breder mandaat om zelf onderzoek te doen en gaat ook handhaven op de naleving van cao-lonen, discriminatie en sociale veiligheid, waarbij de laatste 2 van groot belang zijn voor mensen met een psychische aandoening of verslaving. De arbeidsinspectie gaat daarbij ook nadrukkelijk in gesprek met medewerkers.

Wij zijn voorstander van een breed plan van aanpak voor psychische gezondheid waarbij zowel ervaringsdeskundigen, zorgprofessionals als ook het onderwijs, werkgevers- en werknemersorganisaties gaan samenwerken. Ook willen we een integrale aanpak voor suïcidepreventie (in onderwijs, zorg en op sociaaleconomisch terrein) om het aantal zelfdodingen terug te dringen. Het zorgsysteem moet beter worden ingericht op hulp en begeleiding om de eigen gezondheid te versterken.
Juist initiatieven gericht op zelfherstel, lotgenotencontact, voor jongeren zoals @ease, kunnen hier, heel laagdrempelig, bij helpen. De overheid erkent, stimuleert en ondersteund dit soort initiatieven op lokaal niveau.

De SGP over arbeidsparticipatie en eigen kracht

De SGP vindt het belangrijk dat er allereerst een beroep wordt gedaan op iemands sociaal netwerk en/of familie, wanneer er sprake is van een zorgvraag. Soms is hulp vanuit de gemeenschap niet toereikend en zal de gemeente bijspringen. Bijvoorbeeld als sprake is van werkeloosheid. De SGP wil dat gemeenten meer ruimte krijgen om keuzes te maken die volgens hen het beste resultaat voor re-integratie opleveren, bijvoorbeeld door het volgen van scholing te faciliteren. Gemeenten krijgen een bonus voor iedere nieuwe werkgever die door gemeentelijke bemiddeling mensen met een beperking of aandoening, of oudere werknemers in vaste dienst neemt. Werkgevers moeten erop kunnen rekenen dat eenvoudige ondersteuning beschikbaar is wanneer zij werknemers met een (pychische) aandoening of (verstandelijke) beperking in dienst nemen.

De Piraten Partij over arbeidsparticipatie en eigen kracht

Mensen met een psychische aandoening of een verslaving moeten, indien zij dit zelf willen, hulp krijgen met het zoeken naar een baan. Een baan kan zorgen voor ritme, sociale contacten en zekerheid. De Piratenpartij wil van het idee af dat iedereen een betaalde baan moet hebben met een werkweek van minstens 36 uur.

Onvoorwaardelijk basisinkomen geeft iedereen in de samenleving meer zekerheid. Vooral voor mensen met een psychische aandoening of verslaving is dit van groot belang. Zij hebben hiermee meer vrijheid om te ontdekken welke vorm van werk het beste past. Dit kan vrijwilligerswerk zijn, een parttime baan of toch die vijfdaagse werkweek. Bij iedereen past een andere vorm en we moeten elkaar helpen de juiste te vinden. Daarin moeten we dus ook af van het idee dat mensen die niet fulltime werken minder bijdragen aan de samenleving: ook vrijwilligerswerk is essentieel werk.

Het is wel belangrijk dat de begeleiding niet stopt op het moment dat de baan is gevonden. Voor mensen die langdurig werkloos zijn geweest is de overgang naar betaald werk vaak zwaar. Het is belangrijk dat er hulp is om deze overgangsfase goed door te komen.

Lotgenotencontactgroepen en zelfregiecentra spelen een grote rol in de ondersteuning van de GGZ. De Piratenpartij wil er echter wel voor waken dat zij niet in plaats van andere GGZ hulp komen. Vaak werken zelfregiecentra met vrijwilligers. De overheid kan dit dan als een goedkope oplossing zien, terwijl het die vrijwilligers vaak ontbreekt aan diepgaander kennis over de problematiek.

Veel zelfregiecentra geven zelf al aan dat ze geen hulpverleners zijn, maar wel helpen met het grip krijgen op het leven. Voor sommigen is dit dan ook zeker van toegevoegde waarde en is een extra investering belangrijk. Hetzelfde geldt voor lotgenotencontact. Dit is een vorm van hulp die op andere manieren niet mogelijk is en die voor veel mensen van groot belang is.

Complexe zorgvragen zoals de Jeugd-GGZ op een landelijk niveau regelen vermindert de beschikbaarheid voor de burger niet. Juist door het landelijk te regelen gaat de kwaliteit er op vooruit. Voor minder gespecialiseerde zorg hoeft dit niet het geval te zijn. Zelfregiecentra kunnen bijvoorbeeld heel goed op gemeentelijk niveau worden geregeld.

JONG over arbeidsparticipatie en eigen kracht

Mensen met een aandoening meer stimuleren om te werken! Dus revisie op arbeidsongeschiktheid. Als men werkt, mag dit géén financiële gevolgen hebben voor de zelfredzaamheid.

Wij zijn – net als alle andere politieke partijen – geen landelijke overheid.
Wij willen meer inzetten op lotgenotencontact-groepen, zelfregie-centra, en het toegankelijker maken van de zorg.

Centraliseren in plaats van decentraliseren. En één overzichtelijke online zorg-kaart.

Vergroot lettertype
Scroll naar top